Henriëtte Wilhelmine Spiering

Geslacht: Vrouw
Vader: Willem François Ewoud Spiering
Moeder: Elisabeth Johanna barones van Balveren
Geboren: 12 Sept 1852 Tiel
Overleden: 3 Jan 1921 Tiel
Beroep: christelijk filantrope, schrijfster van stichtelijke werken, oprichtster Nederlandsche Meisjes Bond (NMB)
Aantekeningen: Henriëtte Spiering groeide op als derde van acht (oudste dochter) in een rijk, Nederlands-hervormd gezin aan de Sint Walburgstraat in Tiel. Haar vader was plaatsvervangend rechter bij de arrondissementrechtbank, haar moeder was een adellijke generaalsdochter. De moeder stierf toen Henriëtte twaalf was, haar vader vier jaar later. Na diens dood woonde Henriëtte enkele jaren bij familie in het Gelderse Ede, maar op 15 juli 1871 staat zij weer ingeschreven in Tiel. Over een officiële schoolopleiding van Henriëtte is niets bekend, maar ze moet een gedegen opvoeding hebben genoten – ze beheerste haar talen en beschikte over een goede algemene ontwikkeling. Henriëtte en haar jongste zus, Johanna Judith (1862-1944), bleven in het ouderlijk huis aan de Sint Walburgstraat wonen, samen met een inwonende gezelschapsdame en enkele nichten. Dankzij diverse erfenissen waren ze zeer vermogend.
Eben-Haëzer en Zusterhulp
Vanuit haar geloof was Henriëtte Spiering maatschappelijk betrokken. Dat begon al in de jaren tachtig, toen ze leiding gaf aan een zondagsschool – ze zou dit werk veertig jaar lang doen. Ook begon ze in Tiel een brei- en naaischool voor meisjes. In 1889 werd ze gevraagd toe te treden tot het bestuur van de Vereeniging tot Evangelisatie in en ten bate van de Nederlandsche hervormde Kerk te Tiel. Deze evangelisatievereniging, ontevreden met de vrijzinnige prediking in de Hervormde kerk, organiseerde kerkdiensten met voorgangers van elders. Henriëtte bekleedde voor de ‘Evangelisatie’ jarenlang de functie van secretaris en penningmeester. Zij en haar zuster Johanna Judith steunden de Evangelisatie door in 1890 een gebouw aan te kopen, dat de naam Eben-Haëzer (‘tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen’) kreeg, naar het Bijbelboek Samuel. De dames Spiering bleven eigenaar en beheerden Eben-Haëzer. Ook financierde Henriëtte Spiering samen met haar zus Judith de bouw van een christelijke school, op voorwaarde dat de helft van het bestuur zou bestaan uit de dames Spiering en de evangelist van Eben-Haëzer. In 1904 werd de school geopend.
In dezelfde tijd werd Henriëtte Spiering hoofdbestuurslid van de Nederlandsche Vereeniging ter behartiging van de belangen der jonge meisjes, in 1882 opgericht als de Nederlandse afdeling van de Union Internationale des Amies de la Jeune Fille. De ‘Union’ had als doel meisjes en vrouwen te beschermen, te ondersteunen en op het goede pad te houden. Zij deed dit door middel van bijeenkomsten, stationswerk, het oprichten van vrouwenhuizen en het verschaffen van inlichtingen over personen bij wie meisjes in dienst wilden gaan. Vanuit de Nederlandse ‘Union’ nam Henriëtte Spiering in 1893 het initiatief tot oprichting van de Nederlandsche Meisjes Bond (NMB), bedoeld om ‘die jonge meisjes, wier ernstig streven het is haar Heer en Heiland te volgen en ten allen tijden te doen wat Hem welgevallig is’ te verenigen. Tot 1911 was Henriëtte Spiering – ook wel de ‘bondsmoeder’ genoemd – presidente van de NMB. In die hoedanigheid bezocht ze de plaatselijke afdelingen van de NMB door heel Nederland. Ze deed ook de eindredactie van Onze Jonge Meisjes, het maandblad van de NMB.
Spiering noemde emancipatie van de christelijke vrouw een ‘dwaze overbodigheid’, maar spande zich wel in voor hulp aan vrouwen. Zo richtte ze in april 1902 met mederedactrice van Onze Jonge Meisjes Johanna Van Riemsdijk-van der Leeuw de Vereniging Zusterhulp op, die materiële en zedelijke steun gaf aan alleenstaande vrouwen en meisjes, ongeacht hun maatschappelijke positie of godsdienstige overtuiging. Om dit doel te verwezenlijken opende Vereniging Zusterhulp speciaal voor alleenstaande vrouwen bestemde huizen: rusthuis Moira (1906), waarvoor Spiering de grond schonk, het woonhuis Eigen Haard aan de Amsterdamse Prinsengracht (1914), en de sanatoria Erica (1924) en De Kraaienhorst (1933) in Nunspeet. In Den Haag realiseerde Zusterhulp een werkverschaffingproject voor vrouwen – naaiwerk dat ze thuis konden doen.
Fundatie en stichtelijke lectuur
In 1909 riep Henriëtte Spiering samen met haar zus de Fundatie voor Christelijke Belangen te Tiel in het leven, met als doel steun aan de verspreiding van het evangelie in Tiel, in woord en daad. Met financiële hulp van deze Fundatie werd onder andere in 1910 het ziekenhuis Bethesda (huis van barmhartigheid) in Tiel geopend. Zelf werd Spiering presidente van het bestuur. Ze legde persoonlijk contact met de patiënten, en verwachtte ook van haar medebestuursleden dat zij de zieken regelmatig bezochten.
Onder haar initialen H.W.S heeft Henriëtte Spiering veel gepubliceerd. Haar eerste publicatie was Nieuwe Liederenbundel voor Zondagsschool en Huisgezin (1891), maar het bekendst is ze van haar Nieuw Bijbelsch Dagboekje (1902), dat korte overdenkingen bevat die besloten worden met enkele versregels – in 1995 verscheen de 34ste druk. Ze schreef ook andere stichtelijke lectuur, waaronder Woorden uit den Bijbel voor elken dag des jaars (1896), Tot arbeid geroepen, tot dienen gewijd! De geschiedenis van een vrouwenleven (1908), en de ‘Eben-Haëzer’ kalender, waarvan 25 jaargangen zijn verschenen. Verder vertaalde ze diverse stichtelijke werken uit het Engels en het Duits.
Volkomen onverwacht stierf Henriëtte Spiering op 3 januari 1921, ’s morgens om half negen thuis, ‘terwijl zij bezig was met haar huispersoneel Gods Woord te lezen’, op 68-jarige leeftijd (Wapenaar 2003, 20).
Betekenis
In 1911 werd Henriëtte Spiering benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het kapitaal van de gezusters Spiering is ondergebracht in de Fundatie voor Christelijke Belangen te Tiel. Na de dood van Johanna Judith in 1944 werd het beheer overgenomen door een curatorium – momenteel bedraagt het vermogen bijna twee miljoen euro. De Spieringprijs voor de zorg, een tweejaarlijkse prijs die sinds 2010 wordt uitgereikt, is naar de dames Spiering genoemd. Aan het ziekenhuis Bethesda liet Henriëtte Spiering een legaat van 150.000 gulden na.
Naslagwerken
BLGNP; BWG.
Archivalia
Regionaal Archief Rivierenland: Archief 0638 Spiering te Tiel, familiearchief, 1794-1984
Gelders Archief: toegang 0779 Familie Spiering
Atria, Amsterdam: Archief Vereniging ‘Zusterhulp’.
Nationaal Archief, Den Haag: Toegang 2.21.307, Archief van de familie Van Riemsdijk, 16-20 eeuw. N. Barthold Willem Floris van Riemsdijk (1850-1942) en Johanna van der Leeuw (1855-1918). Onder N2 zijn stukken te vinden over de Nederlandsche Meisjes Bond en Zusterhulp.
Publicaties
Afgezien van de hierboven genoemde titels:
Gelijkenissen des Heeren. Met afbeeldingen en zes gekleurde platen (Amsterdam 1894).
Dagboekje (Tiel 1896).
Nieuwe liederenbundel voor zondagschool en huisgezin: vervolgbundel, liederen voor de jongste kinderen der zondagschool (Amsterdam 1898).
Uit en voor het leven. Woorden van troost en bemoediging voor wie het behoeven. Nieuwe Bibliotheek voor Zondagschool en Huisgezin (Haarlem 1901).
De Gouden Hemelpoort en de arme Lotje (Haarlem 1901).
Draden door Gods hand geweven (Haarlem 1906).
Eben-Haezer. Bijbelsch dagboekje uit de 25 jaargangen van Eben-Haezer van H.W.S. (Nijkerk 1922).
Literatuur
J.D.Spiering, ‘De “dames Spiering”, een weldaad voor Tiel en omstreken’, De Drie Steden 13 (1992) nr. 1, 6-9.
A. Neteman, ‘Als de dames Spiering eens uit hun graf konden kijken’, in: Idem, de stille miljoenen van het Rivierenland (Wageningen 1997) 97-102.
P.L.J. Wapenaar, H.W.S. Een Tiels voorbeeld van dienende liefde (Tiel 2001).
P.L.J. Wapenaar, ‘H.W. Spiering. Een bekende en onbekende vrouw uit Tiel’, Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis 59 (2003) 20-32.
Auteur: Astrid de Beer
laatst gewijzigd: 09/08/2017
Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland