Leopoldus Maximilianus Felix Timmermans

Geslacht: Man
Vader: Guilielmus Timmermans
Moeder: Angelina Van Nueten
Geboren: 5 Juli 1886 Lier
Overleden: 24 Jan 1947 Lier
Aantekeningen: Eig. Leopold Maximiliaan Felix, Vlaams romanschrijver, dichter en dramaturg (Lier 5.7.1886-ald. 24.1.1947). Werkte aanvankelijk in de kanthandel van zijn vader. Wegens beschuldiging van activisme week hij na wo i naar Nederland uit, waar hij tot 1920 verbleef. Hield daar en elders lezingen, en leefde van zijn werk als letterkundige, schilder en tekenaar. Werd in 1935 voorzitter van de `Scriptores Catholici' en lid van de Koninklijke Academie voor taal- en letterkunde. In 1940-1941 was hij redacteur van het Vlaams-nationalistische Volk. Hij ontving in 1942 de Rembrandtprijs van de universiteit van Hamburg.
Hoewel hij ook poëzie, toneel en bewerkingen van middeleeuwse teksten publiceerde, was Timmermans in de eerste plaats de auteur van romans, geromanceerde biografieën en verhalen. De novellenbundels Schemeringen van de dood (1910) en Begijnhofsproken (1912, met A. Thiry), waarmee hij als prozaschrijver debuteerde, getuigen van een sombere, pessimistische sfeer, die scherp afsteekt bij die in zijn roman Pallieter (1916), eerder een lofzang op de levensvreugde: een ommekeer die bij een zieke Timmermans door onverhoopte genezing werd teweeggebracht.
Samen met E. Claes is hij een van de voornaamste exponenten van de Vlaamse `boerenroman' na Streuvels en Buysse. Maar van zijn modellen mist hij de sociale bewogenheid, de belangstelling voor algemeen menselijke problemen en het inzicht in het menselijk tekort. Terwijl Streuvels bijv. de boer bij het natuurgebeuren inlijft en diens situatie tot een haast mythisch gebeuren doet uitgroeien, blijft Timmermans opgesloten in een soort van klein-realisme of miniaturisme. Hoofdthema's zijn hierbij steeds een onwrikbaar godsvertrouwen, de blinde berusting in de voorzienigheid en de gehechtheid aan de eigen streek en tradities.
In Pallieter voert Timmermans een adamische figuur, een ongecompliceerde vitalistische held ten tonele. Pallieter geniet ten volle van het eenvoudige natuurleven, `melkt de dag' en kent zondebesef noch innerlijke verscheurdheid. Als beschouwer van de natuur projecteert hij eenzijdig steeds een zelfde, sluitende geloofsovertuiging op de buitenwereld. Pallieter is geen heidens genieter: zijn genot is dat van de simpele ziel die nergens tegenspraak ontmoet en juist hierdoor aan zijn beamen van het leven een onvermengde vreugde beleeft. Pas met Boerenpsalm (1935) zou Timmermans minder belang gaan stellen in de folklore, de natuur op zich en de buitenwereld in het algemeen, en zich meer toespitsen op de innerlijke mens, op de conflicten van een individu dat met zijn geweten en zijn geloof te worstelen krijgt - een psychologische problematiek waarvan de geloofwaardigheid wordt versterkt door o.m. het gebruik van de ik-vorm en de methode van de biecht a posteriori.
Intussen had Timmermans ook enkele andere genres beoefend: de vrije en anachronistische behandeling van een historisch gegeven (Het kindeken Jezus in Vlaanderen, 1917; Driekoningentriptiek, 1923), het romantische liefdesverhaal (De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa, begijntjen, 1918; Anne-Marie, 1921; De pastoor uit den bloeyenden wijngaerdt, 1924 enz.), alsook de geromanceerde biografie (Pieter Breughel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken, 1928; De harp van Sint Franciscus, 1932; Adriaan Brouwer, 1948).
Werken:
Door de dagen (1907), p.; Karel en Elegast (1921), bewerking; Mijnheer Pirroen (1922), t.; En waar de ster bleef stille staan (1924, met E. Veterman), legendespel; Leontientje (1926), t.; De hemelse Salome (1930), t.; Ik zag Cecilia komen (1938), r.; Het filmspel van Sint Franciscus (1938), t.; De familie Hernat (1941), r.; De zachte keel (1943), verh.; Minneke Poes (1943), verh.; Een lepel herinneringen (1943), verh.
Literatuur:
Th. Rutten, F.T. (1928); A. von Hatsfeld, F.T. Dichter und Zeichner sienes Volkes (1935); M.E. Tralbaut, Zo was `de Fee'... Herinneringen aan F.T. 1886-1947 (1947); E. van der Hallen, F.T. (1948); S. Streicher, T., der ewige Poet (1948); K. Jacobs, F.T. Lebenstage und Wesenzüge eines Dichters (1949); R. Veremans e.a., Herinneringen aan F.T. (1950); L. Timmermans, Mijn vader (1951); D. Peeters, F.T., tekenaar en schilder (1956); J. de Ceulaer, De mens in het werk van F.T. (1957); Huldealbum F.T. 1947-1957 (1957); A. Westerlinck, De innerlijke T. (1957); J. de Ceulaer e.a., Wij gedenken [...] de dichter F.T. (1957); E. Dupon, De Vlaamse T. (1957); J. de Ceulaer, F.T. (1959); L. Vercammen, F.T. De mens. Het werk (1971); J. de Ceulaer, Kroniek van F.T. (1972); Idem, F.T. (1978); Jaarb. F.T.-genootschap (1979-...), met bibl.
[M. Dupuis]
De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Gezin 1

Huwelijkspartner: Maria Janssens geb. 23 Juli 1892 overl. 14 Feb 1982
Huwelijk: 12 OKT 1912 Lier