Everhardus Diemer

Geslacht: Man
Vader: Hendrik Diemer
Moeder: Maria Boer
Geboren: 14 Aug 1911 Rotterdam
Overleden: 30 Sept 1997 Rotterdam
Religie: Ger. Kerk
Beroep: hoofdredacteur van De Rotterdammer
Aantekeningen: Last Name: Diemer
First Name: Everhardus
Alias: EVERT
Title: DR.
Date of Birth: 14/08/1911
Date of death: 30/09/1997
Rescuer's fate: survived
Nationality: THE NETHERLANDS
Gender: Male
Profession: EDITOR LAWYER
Place during the war: Rotterdam, Zuidholland, The Netherlands
Rescue Place: Rotterdam, Zuidholland, The Netherlands
Rescue mode: Hiding
File number: File from the Collection of the Righteous Among the Nations Department (M.31.2/4645)
Dr. Everhardus (Evert) Diemer was the editor in chief of De Rotterdammer, a daily newspaper. When the German authorities ordered him to publish antisemitic decrees Evert refused. As a result, he was forced to close down his paper,and thus lose his livelihood. However, being a lawyer by profession, he soon became a public defender in Rotterdam. In November 1943, Evert and Fenna were expecting their second child. They needed household help and decided to employ 25-year-old Margalith de Lieme. To conceal the fact that she was Jewish, they spread the rumor that she had become separated from her family in the Dutch East Indies because of the war and had also lost all her personal papers. The Diemers offered Margalith 30 guilders a week, but she refused to accept any money from her benefactors. Instead, the money was donated to the Resistance. Later in the war, when Margalith's cousins, Jack and Judith Polak, were in trouble, the Diemers offered them shelter for several weeks. When Margalith fell ill with Meunier's disease and had to remain in bed for a month, Fenna's sister, Loes van Alphen-Lindeboom, helped out. In 1944, when the Germans forbade civilians in the area to travel by train, Evert walked from The Hague to Rotterdam and back twice a week. Evert's wife, Dr. Fenna Diemer, also an attorney, gave lessons to students who were forbidden to attend university after declining to sign the `Loyaliteitsverklaring', an oath of loyalty to the regime.
On June 20, 1990, Yad Vashem recognized Everhardus Diemer and his wife, Fenna Tjeerdina Diemer-Lindeboom, as Righteous Among the Nations.
DR. EVERHARDUS DIEMER ROTTERDAM 14 AUGUSTUS ROTTERDAM 30 SEPTEMBER 1997
DOOR B. VAN DER ROS
Evert Diemer overleden. Deze tijding bracht bij velen die hem hebben gekend een schok teweeg. Onze oud-leermeester en persvriend was niet meer in leven, terwijl wij juist plannen hadden om nog enkele perszaken, in het bijzonder aangaande het vroegere dagblad Dg itotterdammer, met hem te bespreken voor een toekomstige publicatie. Aan de geschiedenis van de pers in ons land en dan met name aan die van de christelijke dagbladpers zal de naam Diemer onuitwisbaar verbonden blijven. Deze naam was vele tientallen jaren een begrip. Het dagblad Dg Rotterdammer had zich een vaste plaats weten te verwerven binnen de brede kring van het christelijk volksdeel in de Maasstad, maar ook daarbuiten. Bij het 25-jarig jubileum van de krant in 1928 bleek dat zeer duidelijk. Duizenden abonnees trokken toen in een fakkeloptocht naar de Goudsesingel om bij het gebouw van de krant de directeur-hoofdredacteur Hendrik Diemer en zijn familie te huldigen. Ook de schrijver van dit artikel liep in de stoet mee, voornamelijk omdat hij zich tot de journalistiek voelde aangetrokken. Het dagblad De Rotterdammer zou dan ook in 1939 zijn werkgever worden. Vandaar de verbondenheid met zijn collega en persvriend Evert Diemer. De vader van Evert had de sedert 1903 bestaande krant in 1912 overgenomen, met de bedoeling de protestants-christelijke gezindte in heel haar brede schakering te dienen met een dagblad waarin deze groeperingen tot hun recht kwamen en waarmee zij zich vertrouwd konden voelen. Zoon Evert heeft deze lijn vol overtuiging voortgezet. Voor velen waren de namen Diemer en Dg flotterdtfraraer in zekere zin synoniem, temeer nog doordat Diemer in hart en nieren een Rotterdammer was. Zijn wieg stond in de Maasstad; in deze stad heeft hij bijna zijn hele leven gewoond. Gedurende Everts lagere schooltijd woonde het gezin Diemer enige jaren in Rijswijk. De reden hiervan was dat vader Diemer, in die tijd zowel directeur als hoofredacteur van de krant, het om gezondheidsredenen wat kalmer aan moest doen. Door buiten Rotterdam te wonen kon hij beter afstand nemen van andere maatschappelijke activiteiten dan zijn dagbladtaken. Voor de kinderen - een dochter en drie zoons - was dit een leuke tijd; de grote tuin bij het huis bood alle gelegenheid tot genieten van het buitenleven. Weer terug in Rotterdam bezocht Hvert Diemer het Marnix Gymnasium aan het 1 lenegouwerplein. Op zondag woonden de Diemers de diensten van de Gereformeerde kerk bij in de kerkzaal Pro Rege aan de Oudedijk in Kralingen. Ier begeleiding van de gemeentezang was in deze zaal slechts een gewoon orgel aanwezig. Als er door omstandigheden tijdens een dienst geen organist was, vervulde de muzikale gymnasiast - voor het eerst op 13-jarige leeftijd - diens taak. Toch had niet het orgel maar de piano zijn hart. Vooral het spelen van klassieke muziek had zijn grote liefde. Hij wist daarvoor ook de oren van verscheidene klasgenoten - de jazz was toentertijd je-van-het - te openen. Nog de laatste zondagavond voor zijn, nog niet zó spoedig verwachte, heengaan was een oud-klasgenoot op bezoek. Bij het ophalen van herinneringen bracht deze onder andere naar voren hoezeer hij zijn verdere leven plezier heeft beleefd aan de klassieke muziek, waarvan hij dankzij Evert Diemer heeft leren genieten. Ook in verschillende brieven, ontvangen naar aanleiding van het heengaan van Diemer, klonk die betekenis door. De verbondenheid met 'het Marnix' is tot het laatst gebleven. Hij mocht nog meemaken dat twee kleindochters nu op 'zijn Marnix' zitten. en joi/nni/j'sf JV/IY werfefcring Evert Diemer studeerde rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij zijn toekomstige echtgenote, I enna Lindeboom, leerde kennen. Deze studeerde eveneens aan de rechtenfaculteit. De verlegen student werd preses van het studentencorps; zijn ingeboren leiderschap kwam toen aan het licht. Zijn humor ondersteunde hem.
Was het verwonderlijk dat hij in een interview, opgenomen in het VU-Magazine van november 1987, 'onthulde' dat hij reeds op jonge leeftijd affiniteit met de journalistiek had en dat daarom zijn promotiestudie wel moest gaan in de richting van de drukpersvrijheid? In 1937 promoveerde hij op de dissertatie Vrijheid van drukpers - Eenige opmerkingen over naar staatsrechtelijke regeling, voornamelijk in Nederland; zijn promotor was prof. mr. A. Anema. In het jaar voorafgaande aan zijn promotie had Evert nog een semester aan de Sorbonne te Parijs gestudeerd. Die periode betekende tevens een aanloop tot het redacteurschap. Zijn vader verwachtte van hem ook artikelen over de actuele aangelegenheden in Frankrijk. Naar wens voldeed hij daaraan. De promotie van Evert op 5 november 1937 was toch wel een zeer bijzondere omdat anderhalf uur na deze plechtigheid zijn verloofde, met als promotor prof. dr. H. Dooyeweert, haar proefschrift De ontwïfcfce/mg fan het 5tra/5tó/5e/ in Sov/et-Ritófond I9J verdedigde. Voor de Vrije Universiteit was het een unicum dat een verloofd paar op dezelfde middag de doctorstitel verwierf. De jonge doctor hoefde niet naar werk te zoeken. Slechts enkele dagen later zou hij al op de perstribune van de Tweede en Eerste Kamer zitten als parlementair verslaggever voor de krant van vader Diemer. Aan het promotiediner stipte prof. dr. P.S. Gerbrandy, de latere minister-president, begaan als hij was met de grote werkloosheid onder afgestudeerde academici in de crisistijd, dit aan. Haast al te bevoorrecht achtte Gerbrandy deze kersverse doctor, voor wie zo maar een gespreid bedje klaar stond. Niemand kon toen vermoeden dat dit bedje niet lang gespreid zou blijven. Een halfjaar na hun promotie, op 19 mei 1938, traden Evert Diemer en Fenna Lindeboom in het huwelijk. Ze vestigden zich in Den Haag, waar ze bleven wonen tot ze in oktober 1945 definitief naar Rotterdam vertrokken. De Tweede De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog gingen ook aan de familie Diemer niet voorbij. Op 14 mei 1940 werd bij het bombardement op Rotterdam het gebouw van De Rotterdammer verwoest. De volgende dag stond vader Diemer bij de brandende puinhopen van het bedrijf dat hij had opgebouwd. Met het gebouw verdween ook de drukkerij. Enkele weken later kwam het dagblad weer uit, gedrukt op de persen van de toenmalige Meuu/e ftotterdamscne Courant. Dit zou tot oktober 1941 duren. In genoemde maand moesten de kranten van de Duitse bezettingsautoriteiten een anti-joods artikel opnemen. Dit werd door Hendrik Diemer geweigerd. De Rotterdammer en haar zusterbladen werden verboden. Dit was een zware slag. Niet alleen voor de familie Diemer, maar voor alle werkers in het bedrijf. Het weten 122
dat de juiste keuze was gemaakt, gaf geloofsvertrouwen én moed. Evert oriënteerde zich bij een bevriend advocaat in Rotterdam op de advocatuur. Hij liep daarvoor eens in de tien dagen naar Rotterdam (zeven uur lopen), logeerde twee dagen in het ouderlijk huis en ging weer te voet terug. De verdiensten waren praktisch nihil. Het zinvolle aspect was dat hij morele en juridische bijstand kon verlenen in een aantal gevallen waarin de man van gezinnen uit de kleine middenstand gevangen zat. De echtgenote van Evert begeleidde de studie van VU-studenten die in Den Haag zaten ondergedoken. De hoogleraren van de Vrije Universiteit bleven tentamens afnemen; prof. Oranje fietste daarvoor zelfs naar Den Haag. Ook studenten van de Rijksuniversiteit te Leiden die naar de VU waren overgestapt omdat hun universiteit reeds in 1940 haar poort had moeten sluiten, werden door haar geïnstrueerd betreffende de eisen van het doctoraal examen in Amsterdam. Het echtpaar Diemer besloot aan een joodse vrouw van 23 jaar huisvesting te verlenen; deze overleefde als enige van haar familie de oorlog. Op haar initiatief werden de Diemers geëerd met de Yad-Vashem onderscheiding. De vriendschap met haar en haar latere joodse echtgenoot hield stand, zij het per brief vanwege de afstand, tot aan zijn overlijden. Gedurende de oorlogsjaren werden er in huize Diemer in de speruren voor een aantal buren, die langs de huizen naar hun adres durfden te sluipen, muziekavonden georganiseerd. Hierbij speelde de piano een belangrijke rol. Een rol die deze ook in de latere jaren zou blijven spelen. Om nog beter te kunnen spelen, nam Evert Diemer, na zijn emeritaat op 70-jarige leeftijd, opnieuw met enthousiasme enige jaren pianoles. Zijn belangstelling voor het wel en wee, niet alleen van zijn gezin en verdere familie, maar ook van een ieder waarmee hij te maken kreeg, was een markante zijde van Evert. Dit heeft men later ook aan de Vrije Universiteit te Amsterdam in ruime mate ervaren. Evenals zijn vader was Evert Diemer een courantier. Nadat hij zijn vader op 1 januari 1946 als hoofdredacteur was opgevolgd, beleefde hij de bloei van De ftotterdflraraer-kwartetbladen. Vóór de Tweede Wereldoorlog behoorden vijf dagbladen tot het 'kwartet', na 1945 verscheen de NieMive Itecfrtsc/ie Cot/rant, opgericht in 1928, 123
niet meer. De Ni>wu' Hdrtgsc/ie CöMrawf (opgericht in 1924), de Ni uu'e L^iVi5c/7e Coi/ranf (opgericht in 1920, overgenomen in 1929) en het Doriif5c/7 Ddgfr/rtd (als neveneditie begonnen in 1924) bleven verschijnen tot de fusie met Troi/w werd gerealiseerd. Zij vormden met elkaar 'De Sterke Vier'. Evert Diemer gaf op een rustige, evenwichtige wijze leiding aan 'zijn' kranten. Geen eenvoudige taak, aangezien er leden van verscheidene kerk- en geloofsgemeenschappen op de Kwartetbladen waren geabonneerd. Hij schaamde zich niet om in zijn commentaren het Evangelie van Jezus Christus uit te dragen. Met zijn bladen volgde hij dezelfde irenische positief christelijke koers als zijn vader. De hoofdartikelen en ook andere beschouwingen of artikelen van zijn hand waren niet hoogdravend, maar voor de abonnees begrijpelijk. Eens, in een gesprek rondom de fusie van de Kwartetbladen met het dagblad Thn/u/, zei de toenmalige hoofdredacteur van genoemd dagblad tegen Diemer: 'jouw voerbakje hangt te laag', waarop deze repliceerde: 'Bij jou veel te hoog. Jezus heeft gezegd: Weidt mijn lammeren, en niet mijn giraffen'. Diemer wist een hechte band met zijn lezers op te bouwen. Bij hem stond contact met de abonnees hoog in het vaandel. Schreven zij brieven over de inhoud van 'hun' dagblad, dan ontvingen zij antwoord van de hoofdredacteur zelf. Soms bracht hij de schrijvers zelfs persoonlijk een bezoek. Bij de fusie van beide dagbladen in 1971 traden zowel Diemer als dr. H.J.A.J.S. Bruins Slot als hoofdredacteur af. Tot in zijn laatste levensjaren zat deze opgedrongen fusie Diemer zeer hoog, want de identiteit van De floffórdrtmmer-bladen ging al spoedig verloren. Het was een weldaad voor hem dat de Vrije Universiteit direct een beroep op hem deed om de leerstoel Communicatiewetenschappen te bezetten. Hij kwam aan de VU in de roerige tijd van de studentenopstanden. Eén van zijn oud-medewerkers verwoordde het bij de begrafenis als volgt: 'Het is met name zijn relativerende wijsheid, belangstelling voor de medemens en humor geweest die hem de vaak niet geringe problemen in een zich democratiserende subfaculteit deden overwinnen en mensen voor zich innam. Dat gebeurde op kleine schaal binnen de vakgroep, maar ook op grote schaal, waarbij ik in het bijzonder denk aan het onder zijn leiding georganiseerde VU-Eeuwfeestcongres "Media en Maatschappelijke Verantwoordelijkheid", waarmee hij de VU een bijzondere dienst bewees.' 124
7 Diemer was een gedrevene in zijn arbeid. Als een van de boeiendste aspecten van het mediawezen beschouwde hij het gegeven dat er in 'allerlei situaties zovele kwalitatieve elementen in het geding zijn'. Het was voor hem altijd weer beslissend bezig zijn; de weg van een journalist was er volgens hem een van kruispunten en tweesprongen. Daarom nam de ethiek zo'n belangrijke plaats in in zijn werk als journalist en later als lector en vervolgens hoogleraar in de communicatiewetenschappen. Een journalist moet zich van zijn principes bewust zijn, evenals van zijn verantwoordelijkheid. Bovendien zal hij bereid moeten zijn om van die verantwoordelijkheid ook verantwoording af te leggen. Hij herinnerde er bewust aan in zijn afscheidscollege als hoogleraar in december De journalistiek is, zo leerde Diemer zijn redacteuren en zijn studenten, niet los te zien van het ethisch oordeel en van ethische normen. In de journalistiek zou eigenlijk het ideaal waarneembaar moeten worden om 'iets te zien van de weg van God in de geschiedenis en van Zijn werk op aarde'. De pers moest volgens Diemer dienstbaar zijn aan de samenleving. Voor hem was dat dan naar de maatstaf van de christelijke grondslagen, verwoord in de Bijbel. /n deren/gi'ng.Voor laatstgenoemde vereniging bracht hij een preadvies uit over 'Bescherming van het individu ten opzichte van de communicatiemedia, in het bijzonder met betrekking tot ongefundeerde of niet gemotiveerde aantijgingen' (1978). Tot op het laatst bleef hij, mede via het Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag, contact houden met oud-collega's. In de maandelijkse bijeenkomsten van de 'Eerste Poorters', zoals de oud-journalisten worden genoemd die sinds de oprichting in de Nieuwspoort bij elkaar komen, klonk menig lachsalvo op na een anecdote of verhaal van Diemer. 1 lij was er een graag geziene gast. Geloven was voor Evert Diemer vanzelfsprekend. Hij heeft zich altijd een meelevend lid van de Gereformeerde kerk betoond. Sinds zijn emeritaat begonnen hij en zijn vrouw de dag met een lied uit het Liedfw/? fan de /eer/een, want volgens hem was de dag armer als je deze niet zingend begon. De naam Diemer blijft verbonden aan de geschiedenis van de Rotterdamse pers, in het bijzonder van de christelijke pers in ons land, zeker aan die van na 1945, waarvan hij de primus inter pares was.

Gezin 1

Huwelijkspartner: Fenna Tjeerdina Lindeboom geb. 10 Sept 1912 overl. 7 Feb 2004
Huwelijk: 19 MEI 1938 Amsterdam