Johanna Berhardina Bokhorst

Geslacht: Vrouw
Vader: Hendrik Bokhorst
Moeder: Johanna Berhardina Holtgrave
Geboren: 31 Mei 1880 Soerabaja, Nederlands-Indië
Overleden: 19 Juli 1972 Wassenaar
Beroep: schilderes, illustratrice van vooral kinderboeken, (kleding)ontwerpster
Aantekeningen: Berhardina (Dien) Bokhorst werd geboren in Soerabaja op Java, waar haar vader officier was in het Oost-Indisch leger. Toen hij in 1885 overleed, keerde het gezin terug naar Nederland (Deventer). Op haar twaalfde werd Berhardina naar de meisjes-HBS in Den Haag gestuurd. Tussen 1897 en 1899 behaalde zij de akte M.O.-tekenen op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waarna ze nog een jaar les in modeltekenen had bij Frits Jansen. Hier leerde zij haar toekomstige man kennen, de in Parijs geboren Jean-Jacques Midderigh.
Huwelijk en werk
In 1899 begon Berhardina Bokhorst met het maken van modetekeningen van ‘reformkleding’ voor het Maandblad der Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding. Het doel van de vereniging was vrouwen te bevrijden van ongemakkelijke kleding als het korset. Men streefde naar gezonde, praktische en mooie kleding voor vrouwen uit alle klassen. Bokhorst maakte allerlei modetekeningen ter begeleiding van de knippatronen. Aanvankelijk waren haar figuren en modellen nog wat vaag getekend, maar vanaf 1902 ontwikkelde zij een steeds krachtiger stijl. Ook voor het blad Schoonheid door Gezondheid maakte zij tekeningen van reformkleding. Hiernaast gaf ze een M.O. cursus stilleven en was ze (tot haar huwelijk) lerares aan de Dagteeken-en Kunstambachtschool voor meisjes in Amsterdam. In deze tijd verschenen ook haar eerste boekillustraties in het Heidekoninginnetje (1902), een kinderboek van Catharina van Rennes. In deze periode werkte ze eveneens voor ’t Binnenhuis, een galerie voor vernieuwende kunst in Amsterdam.
Op 18 april 1905 trouwde Berhardina Bokhorst met Jean-Jacques Midderigh. Vanwege zijn werk – hij was tekenleraar op scholen in Rotterdam en Vlaardingen en aan de academie in Den Haag – gingen zij in Vlaardingen wonen. Daar werden hun dochter Hannie (1906) en zoon Bernard (1911) geboren. In 1927 verhuisden zij naar Wassenaar, waar zij hun verdere leven bleven wonen. Naast de zorg voor haar gezin bleef Berhardina, die zich voortaan Midderigh-Bokhorst noemde, haar leven lang actief als kunstenares. Zij putte juist inspiratie uit haar gezinsleven. Zo ontwierp zij in 1907 een rotanwieg voor haar eerste kind. Daarmee was ze de eerste vrouw in Nederland die meubels maakte van Indisch vlechtwerk. Bovendien bracht zij in haar illustraties voor kinderboeken vaak de directe omgeving van haar kinderen in beeld.
Berhardina Midderigh-Bokhorst bleef werken voor diverse tijdschriften. Tussen 1907 en 1932 was zij vaste modetekenares bij het door Elisabeth Rogge opgerichte De Vrouw en haar Huis. Ze tekende meer dan de helft van de illustraties in de moderubriek, waarvoor Rogge de teksten schreef. Ook illustreerde zij tussen 1902 en 1942 jeugdtijdschriften zoals Onze Kinderen, Kindercourant van het Nieuws van den Dag en Zonneschijn. Berhardina werd echter vooral bekend met haar illustraties voor kinderboeken. Ze werkte veel voor uitgeverij Van Goor uit Gouda, die door Midderigh-Bokhorst was overgehaald om kinderboeken te gaan uitgeven (en nog altijd een kinderboekenuitgeverij is), maar ook voor andere uitgeverijen. In totaal illustreerde ze meer dan vijfhonderd titels, van prentenboeken voor kleuters en meisjesboeken tot sprookjesboeken, zoals Granaatappelhuis van Oscar Wilde (1909). Daarbij werkte ze overigens nauw samen met haar echtgenoot. Berhardina bepaalde de compositie en tekende de personen en dieren, haar man deed de achtergrond en letters: ‘Natuurlijk gaat alles in gezamenlijk overleg en wederzijdse kritiek’ (gecit. Wouters, 32). Hun coproducties signeerden ze met ‘B. en J. Midderigh-Bokhorst’. Samen met illustratrice Rie Cramer zou Berhardina Midderigh-Bokhorst tot aan de jaren twintig de markt domineren. Haar naam was zo gevestigd dat ze zelf kon bepalen welke kinderboeken ze wilde illustreren.
Vanaf 1906 exposeerde Midderigh-Bokhorst geregeld in binnen- en buitenland. Zo exposeerde zij in het Stedelijk Museum en de Haagsche Kunstkring en verkreeg zij in 1910 een gouden medaille op de Brusselse Exposition Universelle et Internationale voor haar boekversieringen en banden. De tentoonstellingen waaraan zij deelnam geven dikwijls blijk van haar betrokkenheid bij de vrouwenbeweging en andere hervormingsbewegingen. Zo werkte zij in 1913 mee aan de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Ze zat in het bestuur van de commissie voor kinderlectuur en in de koepelzaal van het hoofdgebouw hingen drie muurschilderingen van haar op het thema ‘vrouwen en vrede’. Een jaar later zat ze in de commissies prentenboeken & platen en wandversiering & wandplaten van de tentoonstelling Schoonheid in het Leven van het Volkskind. In de catalogus schrijft zij dat muurschilderingen ‘de schoonheidszin der jeugd, de fantasie van de jonge hersenen opwekken en vreugde brengen’ (catalogus, 73).
De maatschappelijke betrokkenheid van Midderigh-Bokhorst blijkt ook uit diverse lidmaatschappen. Ze was lid van de Veereniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK), de Vereeniging voor Verbetering voor Vrouwenkleding, de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, de schilderclub Ons Doel Is Schoonheid (ODIS) van het Damesleesmuseum in Den Haag en ze was aangesloten bij de Soroptimisten, waarvoor ze in 1933 het vignet – een modernistische, strijdbare vrouw – ontwierp voor het blad De Nederlansche Soroptimist.
In de jaren twintig begon Bokhorst-Midderigh met reclamewerk. Zij tekende advertenties, affiches en geïllustreerde catalogi voor Nederlandse en buitenlandse bedrijven, bijvoorbeeld voor Vim, Van Houten chocolade en Sunlight. Haar stijl verschilde per opdracht. Zo ontwierp ze in 1925 voor Vim een zeer modernistische reclame, terwijl zij de reclame voor Sunlightzeep juist traditioneel hield.
Tot op hoge leeftijd bleef Midderigh-Bokhorst werkzaam. In 1955 maakte ze – 75 jaar oud –nog wandschilderingen in de landbouwschool te Zoetermeer en schreef en illustreerde ze een boek over edelstenen, Glans en gloed. In 1970 stierf haar man en vaste tekenpartner. Twee jaar later, op 19 juli 1972, overleed Berhardina Midderigh-Bokhorst in Wassenaar.
Reputatie
Berhardina Midderigh-Bokhorst was een veelzijdig kunstenares. Ze schilderde, illustreerde, aquarelleerde, tekende met pen en pastel, etste en lithografeerde en ontwierp kleding. Haar werk is tegenwoordig alleen bij specialisten bekend, maar werd in haar tijd algemeen gewaardeerd. Het getuigt van een fijne geest en vaardige hand en staat in het geval van de kinderboeken dicht bij de verbeeldingswereld van het kind. Tegenwoordig staat zij vooral bekend als de peetmoeder van het geïllustreerde meisjesboek in Nederland. Bovendien wordt haar veelzijdigheid op verschillende vlakken van de kunst geroemd, met haar illustraties die varieerden van lieflijke kindertafereeltjes tot strijdbare vrouwen. In 2012 was er in de Hollandia Galerie (Vlaardingen) een tentoonstelling gewijd aan het werk van het kunstenaarsechtpaar Midderigh-Bokhorst, onder de titel ‘Twee handen aan éénzelfde teekening’.
Archivalia
Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: familieadvertenties Bokhorst; dossier Bokhorst.
Werk
Berhardina Midderigh-Bokhorst heeft meer dan 500 boeken geïllustreerd. Enkele hiervan zijn:
Catharina van Rennes, Heidekoninginnetje. Een klaviersprookje (1902).
Suze Maathuis-Ilcken, Bennie’s prentenboek (1914).
Anna Sutorius, Stoute poppenkinderen. Voor school en huis (1920).
A.F. Pieck, Hoe ik schilder werd. Uit het leven van Huib Hoepel (1927).
Berhardina Midderigh-Bokhorst, Glans en gloed uit donkere diepten (1955).
Voor schoolplaten die Midderigh-Bokhorst heeft gemaakt, zie onder de categorie 'jeugd' en 'sprookjes' van uitgeverij Smith's fine art op de site www.verzamelinginbeeld.nl. Voor een chronologisch geordende opsomming van de door het echtpaar geïllustreerde kinder- en schoolboeken, zie Boonstra-de Jong en Verloop (2012), 78-89.
Exposities
1906 Amsterdam (bladmuziekillustraties).
1907 Den Haag (illustratief grafisch werk).
1912 Dordrecht (ontwerpen en tekeningen voor boekbanden en illustraties, deelname via de VANK).
1914 Leipzig (Internationale Tentoonstelling van het Boek en de Graphische vakken/Austellung für Graphik und Buchgewerbe).
1916 Kopenhagen (fototentoonstelling van Nederlandsche Bouw-, Sier- en Nijverheidskunst).
Voor een overzicht, zie Groot, 440-443 en 463-464.
Literatuur
D. Wouters, Over het illustreeren van leesboeken voor kinderen (Bussum 1913).
Berhardina Midderigh-Bokhorst, ‘Afdeeling wandversiering’, Catalogus der tentoonstelling ‘Schoonheid in het leven van het volkskind’ (Den Haag 1914) 73-78.
C. de Lorm, ‘Vrouwen van betekenis. Berhardina Midderigh-Bokhorst’, De Vrouw en haar Huis 1 (1916) 8-9.
Carin Schnitger en Inge Goldhoorn, Reformkleding in Nederland (Utrecht 1984).
Nettie Heimeriks en Willem van Toorn red., De hele Bibelebontse berg. Geschiedenis van het kinderboek in Nederland en Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden (Amsterdam 1989).
Ineke Libosan, Vrouwen, illustreren en schaduw. Elisabeth Francisca Nieuwenhuis en tijdgenoten (2003) [onuitgegeven scriptie]
Saskia de Bodt en Jeroen Kapelle, Prentenboeken. Ideologie en illustratie 1890-1950 (Amsterdam/Gent 2003).
Marjan Groot, Vrouwen in de vormgeving in Nederland 1880-1940 (Rotterdam 2007).
Ellen Boonstra-de Jong en Erika Verloop, ‘“Twee handen aan éénzelfde teekening”. Leven en werk van het kunstenaarsechtpaar Midderigh-Bokhorst’, Jaarboek van de Historische Vereniging Vlaardingen, 40-89.
www.bmidderighbokhorst.nl
Auteur: Rose Spijkerman

Gezin 1

Huwelijkspartner: Jean Jacques Midderigh geb. 7 Juli 1877 overl. 14 Juli 1970
Huwelijk: 18 Apr 1905 Den Haag