Geertruida van Lier

Geslacht: Vrouw
Vader: Willem Alexander Paul van Lier
Moeder: Derkje Wilhelmina Wensink
Geboren: 22 Apr 1921 Utrecht
Overleden: 24 Nov 1943 Sachsenhausen-Oranienburg, Duitsland
Aantekeningen: Geertruida (Truus) van Lier groeide op aan de Prins Hendriklaan (nr. 48) in Utrecht, naast het Rietveld-Schröderhuis. In het gezin Van Lier was zij de jongste van twee meisjes. Haar moeder had chemie gestudeerd en was na haar huwelijk huisvrouw – ze fotografeerde en ontwikkelde foto’s als hobby –, haar joodse vader was werkzaam als advocaat. Religie speelde in het liberale gezin geen rol. Na de lagere school zat Truus op het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes, maar ze haalde haar gymnasiumdiploma op het Christelijk Lyceum in Zeist. Nederland was al bezet toen zij in het najaar van 1940 rechten ging studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Haar zus Wilhelmina studeerde toen al Franse letterkunde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.
Het studentenverzet
Via hun studentenvrienden, onder wie Leo Frijda van het verzetsblad Lichting, raakten Truus en Wilhelmina van Lier betrokken bij het Amsterdamse studentenverzet, waaraan ook de broers Gideon Willem en Jan Karel Boissevain deelnamen, twee zoons van de verzetsvrouw Mies Boissevain-van Lennep. Zij gebruikten hun ouderlijk huis in de Corellistraat (nr. 6) als uitvalsbasis, vandaar de naam van de organisatie: CS-6. Ook het ouderlijk huis van Truus was een ontmoetingspunt, pal onder de ogen van de Duitse wachtlopers voor de Kromhoutkazerne schuin aan de overkant. Aan het begin van de Prins Hendriklaan was het kinderhuis Kindjeshaven; hiervandaan bracht haar nicht en naamgenote Geertruida Elisabeth van Lier (Truitje) joodse kinderen in veiligheid.
De verzetsactiviteiten van Truus van Lier en de toenemende jodenvervolging maakten dat het gezin Van Lier in 1942 onder druk kwam te staan. Haar ouders waren gescheiden en moeder Van Lier, die geen joodse achtergrond had, vroeg een ariërverklaring aan, terwijl vader Van Lier onderdook. In de loop van 1943 wist Truus van Lier te infiltreren in de NSB en de Wehrmacht in Amersfoort. Ze maakte foto’s van het vliegveld Soesterberg en speelde die door aan het verzet (Utrechts Nieuwsblad, 5-2-1948). Daarnaast zou ze als koerierster berichten, wapens en illegale lectuur hebben rondgebracht en joden naar onderduikadressen hebben begeleid. Truus van Lier leidde toentertijd een zwervend bestaan en verbleef op diverse schuiladressen. Na een lange voorbereiding schoot zij op vrijdagavond 3 september 1943 de waarnemende hoofdcommissaris (‘politiepresident’) G.J. Kerlen dood, vlakbij diens woning aan het Willemsplantsoen. SD-leider Willy Lages zette een premie van tienduizend gulden op haar hoofd. Op 14 september zat Van Lier in een restaurant in Haarlem toen twee Hollandse rechercheurs haar arresteerden, na een tip van een verraadster. Ze werd veroordeeld wegens moord, wapenbezit en de status van ‘half jodin’. Samen met de CS-6-leden Reina Prinsen Geerligs en Nel Hissink-van den Brink werd ze op transport gezet naar Duitsland.
Moeder Van Lier deed wat zij kon om haar 22-jarige dochter te redden, maar na een van haar bezoeken aan de gevangenis werd zij zelf gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekamp Vught; in januari 1945 overleed ze in Ravensbrück. Zus Wilhelmina overleefde de oorlog door met haar verloofde via Frankrijk en Spanje naar Engeland te vluchten. Vader Van Lier zat ondergedoken en overleefde zo de oorlog. Hij begon een zoektocht naar zijn jongste dochter, zoals blijkt uit zijn correspondentie met instanties betrokken bij het achterhalen van vermisten in concentratiekampen. Pas in juli 1946 kon het Rode Kruis hem bevestigen dat zijn dochter Truus tegelijk met Reina Prinsen Geerligs op 24 november 1943 in het concentratiekamp Sachsenhausen was gefusilleerd.
Reputatie
Na de oorlog berichtten de kranten over de moedige daden van Truus van Lier en de veroordeling van haar verraadster. Een gedenksteen voor omgekomen studenten in het Utrechts Academiegebouw vermeldt haar naam en in Amsterdam Osdorp is een straat naar haar vernoemd. De Utrechter Tommie Hendriks plantte als eerbetoon aan de Catharijnesingel gele en witte narcissen die samen de naam ‘Truus’ vormen. Met filmmaker Jan van Friesland maakte Hendriks in 2003 een korte VPRO-reportage over Van Lier en de aanslag op Kerlen.
Naslagwerken
Utrechtse biografieën.
Archivalia
Utrechts Archief: Verzameling losse aanwinsten, T. 802, inv. nr. 42, Truus van Lier: knipsel- en correspondentiedossier en interview, gesprek tussen mevrouw W. Zegers de Beyl-van Lier en de heer Van Rhenen, gehouden op 13-5-1982 te Nieuwegein; BS Utrecht, overlijdensakte nr. 1995, d.d. 13-9-1946 [in de literatuur staat abusievelijk 27-10-1943 als overlijdensdatum].
Literatuur
Utrechts Nieuwsblad, 5-2-1948.
Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 6, juli ‘42-mei ‘43, eerste helft (Den Haag 1975) 158-159.
Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog VII, mei ‘43-juni ‘44, eerste helft (Den Haag 1976) 158-159, 522-526; tweede helft, 924-933.
Jacob Zwaan red., De zwarte kameraden. Een geïllustreerde geschiedenis van de NSB (Weesp 1984) 129-130.
A. Vernooij, Grenzen aan gehoorzaamheid Houding en gedrag van de Utrechtse politie tijdens de Duitse bezetting (Utrecht 1985) 99, 101.
T. Spaans-van der Bijl, Utrecht in verzet, 1940-1945 (Utrecht 1995) 139-150, 187.
Getuige van verzet: reportage over de aanslag op Kerlen, door Jan van Friesland en Erik Zuyderhoff (VPRO, 2003).
Illustratie
Portret door onbekende fotograaf, ongedateerd (Utrechts Archief).
Bron: Het Utrechts Archief: Toegang 802, inv. nr. 42, Truus van Lier: knipsel en correspondentie dossier (winterdossier)
Auteur: Heleen Kole
laatst gewijzigd: 29/10/2015
Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland