Sijbe Dolstra

Geslacht: Man
Vader: Albertus Dolstra
Moeder: Tietje Andringa
Geboren: 31 Dec 1903 Den Helder
Overleden: 11 Nov 1985
Religie: Ned. Hervormd
Beroep: fabrieksarbeider
Aantekeningen: Amsterdam. Communist. Diende in revolutionair Spaans leger en verloor Nederlanderschap. Lijst links-extremistische personen (1939).
Moeder zei dat vader was weggelopen om steun te kunnen krijgen
ANITA LOWENHART 07/11/96, MADRID
'Het groot zwijgen'. Zo typeert Bert Dolstra de Spaanse burgeroorlog. Hij was bijna zes jaar toen zijn vader, Sybe Dolstra, in 1936 naar Spanje vertrok.
Omdat de twee kinderen, Bert en zijn jongere zusje, te eten moesten hebben, vertelde hun moeder dat haar man was 'weggelopen', zodat ze 'van de steun kon trekken'. De brieven van haar man uit Spanje kwamen op een schuiladres en de kinderen moesten zwijgen.
Leven van de steun betekende onder meer dat ik een manchester-broek kreeg tot op de knieën, een boerenbloesje, zwarte kousen met in de boord de drie rode Andreaskruizen van Amsterdam en - o schande voor een Amsterdams straatjochie - klompen. Dat laatste heb ik verdomd. En gelukkig sprong mijn grootmoeder bij met tweedehands schoenen.
Bert Dolstra is nu 65 jaar en hij vertelt over zijn kindertijd alsof het gisteren was. Eén ding wat mijn moeder altijd deed op de dag dat ze de steun ophaalde, was drie tompoezen kopen voor mijn zusje en mij en voor haarzelf. 'Laat de armoede de kolere krijgen' zei ze dan altijd.
Armoede was het, maar toch was er altijd wat te eten voor de vele, vooral Duitse, vluchtelingen die, op weg naar Spanje, de woning van de Dolstra's als doorgangshuis aandeden. Bert Dolstra vertelt ook het verhaal van een Duitser die zijn vader in Spanje ontmoette. Zijn vader vroeg hem naar de manier waarop hij uit Duitsland en in Spanje gekomen was. De Duitser vertelde enthousiast over het huis in Amsterdam waar hij een paar dagen gastvrij was onthaald. Sybe Dolstra vroeg hem waar dat huis was en hoe het eruit zag en hoorde zijn eigen woning beschrijven. Zulke vriendschappen waren voor het leven, zegt Bert schor.
Ik herinner me ook een Carl, die me na de oorlog een echte voetbal beloofde. Nooit meer iets van gehoord. Misschien is hij gesneuveld, maar ik was diep teleurgesteld. En er werd bij ons thuis ontzettend veel gezongen, vooral Duitse strijdliederen.
En op Sinterklaasavond 1938 kwam pa thuis. De slaapkamerdeur ging open en ik zag een grote baard, een grote bos krulhaar en zó'n grijns. . . Hij liep met een wandelstok, was in zijn been geraakt door een granaat, die zijn maat voor 80 procent had getroffen, hem voor 20 procent.
Ja, mijn vader vertelde wel over de burgeroorlog. Ik ken honderden namen waar ik geen gezichten bij ken en ik sliep onder de vlag van de Internationale Brigades, die was ingenaaid in een laken. Dat was lekker warm en die vlag heeft zelfs de inval in ons huis van de moffen weerstaan.
Zoals de meeste oud-Spanjestrijders ging ook Sybe Dolstra na de Duitse bezetting meteen in het verzet. We hadden al ervaring met het vechten tegen fascisten en als wij die strijd in Spanje hadden gewonnen, was er geen tweede wereldoorlog geweest, zei een oud-Interbrigadist eens.
Al voor de bezetting, vertelt Bert Dolstra, woonde bij ons op zolder een joodse vriend van mijn vader met zijn joodse vriendin, die uit Duitsland was gevlucht en hier illegaal was. Dat betekende dus wéér je bek houden.
In de oorlog woonden in de kleine woning van de familie Dolstra drie joodse onderduikers, plus nog drie op zolder. Tot op een ochtend de Grüne Polizei met een paar van die goede vaderlanders erbij, zegt Bert Dolstra cynisch, ons huis binnenvielen. Twee onderduikers werden gepakt en later in een concentratiekamp vermoord.
Sybe Dolstra overleefde ook de tweede wereldoorlog en bleek daarna, zoals bijna alle oud-Spanjestrijders statenloos, wat ook gold voor zijn vrouw, die immers met een statenloze gehuwd was. Daar werd niet eens zoveel drukte over gemaakt bij ons thuis, herinnert Bert zich, tot ik tegen de 18 liep en het gevaar dreigde, dat ik ook statenloos zou worden. Maar in '47 of '48 kregen mijn ouders hun Nederlanderschap terug, wegens hun grote verdiensten in de tweede wereldoorlog.
En toen kwam de Koude Oorlog, ook zo'n prettige tijd, zegt hij, weer cynisch. Dus was het opnieuw zwijgen geblazen, evenals met de Indonesië-kwestie.
Mijn vader was trouwens de zachtmoedigste man die ik ooit heb gekend. Niet lang voor hij stierf - in 1984, toen hij bijna 82 was - vroeg hij een keer, terwijl hij mij recht aankeek: Bert, heb ik het nou zo verkeerd gedaan? Stond jij, antwoordde ik, aan de goede kant als stakingsleider tijdens de grote werkloosheid, in Spanje, tijdens de Februaristaking en in de kwestie Indonesië? Ja, dat deed je, dus zwets niet verder.
Natuurlijk heeft hij, hebben andere communisten, fouten gemaakt, maar op de cruciale momenten waren ze goed. Ik was trouwens van mijn 18e af ook lid van de communistische partij, maar op mijn 32e hield ik het voor gezien. Maar ik zeg wel, dat de tijd zeer nabij is dat een heleboel mensen wensen dat er weer zo'n partij als de oude communistische partij zou zijn.
Ook Carmen en Elly van Eijk komen uit een communistisch nest. Hun vader, Jan van Eijk, vocht in Spanje. Hij leerde er een Spaans meisje kennen, met wie hij nog in Spanje trouwde. Daarna raakten ze elkaar kwijt, vonden elkaar weer in een Frans interneringskamp en gingen naar Nederland, waar hij drie maanden in de gevangenis van Breda werd opgesloten, omdat hij de vrouw met wie hij wettig was getrouwd, Spanje uit zou hebben gesmokkeld.
Ook Jan van Eijk ging, nog geen twee jaar nadat hij terug was uit Spanje, in Nederland in het verzet. Hanny Schaft, vertelt de nu 57-jarige Elly, is nog bij ons aan de deur geweest om wapens af te leveren.
Ik was trouwens, als dochter van twee statenloze ouders, ook statenloos. Pas op mijn 15e, in 1954, kreeg ik een briefje dat ik Nederlander was geworden.
Elly en Carmen zijn nu in Spanje, met hun ouders en hun broer Juan. De Spaanse burgeroorlog, zegt de 54-jarige Carmen, zit in ons leven ingebakken. Al werd die later overschaduwd door de tweede wereldoorlog, want de burgeroorlog was erg, maar dat was té erg.
We gingen eens per jaar, met onze ouders, naar de Dag van het verzet. Daar waren altijd veel oud-Spanjestrijders en dat waren allemaal 'ooms' van ons. Vroeger dachten we dat ze echt ooms waren.
Onze kinderen (Elly en Carmen hebben er ieder drie) zijn ook zeer geïnteresseerd in de verhalen over de burgeroorlog en de tweede wereldoorlog. Ze komen ook geregeld bij opa en oma. Hoe bijzonder trouwens het verhaal van onze ouders, onze familiegeschiedenis is, zijn we ons eigenlijk nooit zo bewust geweest.
Toen allerlei journalisten ons voor vertrek naar Spanje vroegen of ze onze familie daar mochten volgen, hadden wij echt iets van: wat moeten die mensen nou van óns.
Trouw.nl

Gezin 1

Huwelijkspartner: Aagje Bruijn geb. 1910
Huwelijk: 10 Aug 1929 Wormerveer