Hendrik Gijsbertus Jan Wolterbeek

Geslacht: Man
Vader: Jan David Wolterbeek
Moeder: Anna Petronella Verdonck
Geboren: 5 Juli 1913 Den Helder
Overleden: 14 Okt 2010 Haarlem
Aantekeningen: De kunst van het sober leven
Co Welgraven - 29/11/10, 00:00
Hij was als kind altijd ziekelijk, maar werd toch 97 jaar. Hans Wolterbeek leefde dan ook buitengewoon gezond. Hij was een van de eerste biologisch-dynamische boeren van Nederland.
Tot twee keer toe is het lange levenspad van Hans Wolterbeek bepaald door een Haarlemse natuurarts. Toen Hans net op de middelbare school zat, vertelde dokter Van Veen hem dat hij gezien zijn zwakke gezondheid beter de hele dag in de buitenlucht kon zijn. Daarop besloot Hans naar de Rijks Middelbare Tuinbouwschool in Aalsmeer te gaan. Dat was een goede keus, het beviel hem daar prima, al had hij nog wel de ambitie iets in de techniek te doen als hij eenmaal van school af was.
Een paar jaar later moest Hans gekeurd worden voor zijn rijbewijs. Hij was nog steeds ziekelijk, had vaak last van migraine, was zwak. Dezelfde dokter Van Veen gaf hem het dringende advies de techniek te laten voor wat het was en de kant van de biologisch-dynamische landbouw op te gaan. Hans trok naar Worpswede, een Duits kunstenaarsdorpje in de buurt van Bremen en een befaamd centrum van de ’BD’. Hij raakte in de ban van deze nieuwe, alternatieve vorm van land- en tuinbouwbedrijven. Ja, dit was iets waarvoor hij leven wilde.
Terug in Nederland werkte hij eerst nog een jaar bij een boomkweker en ging toen op zoek naar land. De afspraak was dat zijn moeder en stiefvader dat zouden kopen, en het vervolgens aan hem zouden verpachten. Op een dag fietste hij in de buurt van het toen nog nietige Schiphol, ging ergens aan de rand van de weg zijn brood opeten, en dacht: hier is het. En daar op Sloterland is hij in het late najaar van 1936 met zijn biologisch-dynamische bedrijf begonnen, samen met Nel, dochter van een socialistische vakbondsman met wie hij al jaren dikke verkering had. Tegen de zin van zijn ouders trouwens, want die vonden haar beneden zijn stand.
Ze leefden en werkten volgens de regels van de antroposofie van Rudolf Steiner, wiens naam onverbrekelijk verbonden is met de biologische land- en tuinbouw. Een BD-bedrijf, wisten ze, behoort zich helemaal zelf te kunnen verzorgen. Composthopen zijn de voedingsbron, daar draait het helemaal om, en Hans heeft zijn hele leven speciaal zorg gehad voor de kwaliteit van de compost. Ze teelden groenten, fruit en kruiden, en verkochten die in Amsterdam en Haarlem – eerst aan particulieren, later aan natuurwinkels en consumentengroepen. Wat overbleef, maakten ze in. ’Adam en Eva’ werden ze in de wandeling genoemd.
Het was geen vetpot, maar dat hoefde ook niet. Ze leefden uiterst sober: voedsel van het eigen land, geen vlees, geen alcohol, en geen tabak. O ja, op zijn achttiende stak Hans eens een sigaret op, maar dat was dan ook meteen de laatste. Hij was het gewend, die soberheid: in zijn jeugd was hij overtuigd lid geweest van de NBAS: de Nederlandsche Bond van Abstinent Studeerenden.
De oorlog kwam, en het leven werd zo mogelijk nog soberder, zeker in de hongerwinter in het laatste oorlogsjaar. Via de illegale communistische partij, waartoe Hans en Nel behoorden, kwamen er onderduikers op hun bedrijf te werken. De partij zorgde voor de benodigde bonkaarten.
Drie kinderen kregen ze, in en na de oorlog. Na de bevrijding begon het gewone leventje weer, maar helaas raakten Hans en Nel uit elkaar. Hans zat in een studiegroepje met gelijkgestemden met wie hij filosofeerde over Steiner en de zogeheten landbouwcursus die deze filosoof en pedagoog in de jaren twintig had opgesteld met aanwijzingen voor de biologisch-dynamische landbouw. Af en toe kwam het groepje op Sloterland bijeen. Nel moest dan zorgen dat er voor acht of tien mensen eten op tafel kwam. Ze begon zich te ergeren aan de strikte voorschriften van de BD en de metafysische sfeer die daar omheen hing. Op een natuurlijke wijze groenten verbouwen, prima, maar de kosmos, de engelen, de geestelijke wezens, de aarde, de maan en wat er allemaal wel niet bij kwam, dat werd haar te veel.
Begin jaren vijftig verliet ze Hans, tot diens grote verdriet. Er kwamen droevige jaren van wanhoop en eenzaamheid. Hij kreeg vaker migraineaanvallen, die ook heftiger waren dan vroeger. Daardoor was hij niet altijd in staat zijn werk naar behoren te doen, waardoor het met zijn bedrijf slechter ging – het was een vicieuze cirkel.
Hij zocht troost in het geloof. Tot schrik van zijn vrienden en geestverwanten in de antroposofische beweging bleek dat het katholicisme te zijn, waartegen hij zich altijd zo had afgezet. Maar Hans, de voormalige socialist en communist, was er inmiddels helemaal door gegrepen. Hij liet zich dopen en schreef zich in bij een katholiek huwelijksbureau, want hij zocht niet alleen geestelijke verdieping, maar ook een vrouw. Hij vond een lotgenoot, Ank, zeventien jaar jonger, eveneens een bekeerling. Bij wijze van hoge uitzondering ontbond het Vaticaan zijn huwelijk met Nel. Drie maanden later trouwde hij met Ank, in de kerk.
Ze schonk hem zes kinderen en deed volop mee in het bedrijf. Ze bakte haar eigen brood en maakte grote pannen soep voor de talloze vrijwilligers die door de jaren heen belangeloos op Sloterland hebben gewerkt – onder hen was ooit Roel van Duijn, die op deze plek de naam ’kabouter’ voor zijn beweging zou hebben verzonnen. Voor al die vrijwilligers, maar ook voor zijn vrouw, kinderen en vrienden, was Hans een bijzonder inspirerende man. Hij wist zijn enthousiasme voor de BD op anderen over te brengen. Vele vrijwilligers waren hem dankbaar dat hij hun deze nieuwe weg had gewezen. Ook gaf hij cursussen en lezingen, en vertelde hij op scholen over zijn werk.
Maar net als Nel had ook Ank er weleens moeite mee met een profeet getrouwd te zijn. Toen Hans in 1978 met pensioen ging, vertoonde het huwelijk barstjes. Hij werd panisch bij de gedachte dat ook zijn tweede vrouw hem zou verlaten. Toch zette hij zijn reisplannen voor Amerika door; hij ging er een aantal keer een paar maanden naartoe om er de beginselen van de biologische land- en tuinbouw uit te dragen.
Het kwam gelukkig weer helemaal goed tussen de twee; 51 jaar zouden ze bij elkaar blijven. Dat is lang voor een tweede huwelijk. Ze bleven op Sloterland wonen en zagen tot hun tevredenheid hoe vrijwilligers en volkstuinders voor de continuïteit zorgden. Hans leefde z’n hobby’s uit: pianola spelen, lezen, wandelen, en op z’n 85ste kroop hij nog een keer achter de knuppel van een zweefvliegtuig: ooit had hij z’n brevet gehaald, maar daarna eigenlijk nooit meer gevlogen. Hij bleek het niet verleerd te zijn.
Een paar jaar geleden trad het verval in: Hans werd dement en kreeg ook lichamelijke klachten. Hij werd opstandig en kwam soms dagenlang zijn bed niet uit. Het lukte de zuster van de thuiszorg zelfs amper hem onder de douche te stoppen. Terwijl hij altijd zo schoon op zijn lichaam was geweest.
Dit voorjaar verhuisde hij naar een humanistisch verpleeghuis in Haarlem. Thuis ging het niet meer; na bijna driekwart eeuw moest hij Sloterland verlaten. Af en toe maakten Hans en Ank met een taxi nog een ritje, naar een hertenkamp of een natuurwinkel, de beide rollators achterin de kofferbak. Zo gingen ze deze zomer een keertje naar het Bloemendaalse strand, en daar zat hij zo ontzettend te genieten van de zee, de boten, de spelende kinderen – het was ontroerend om te zien.
Toen Hans in de jaren dertig net begon als BD-boer, plantte hij op zijn land een dennenboom. Die begon de laatste jaren steeds schever te zakken. Zoon Leo, bosbouwer van beroep, heeft de stam uitgehold en daar een doodskist van gemaakt. Daarin is Hans begraven. Het was mooi en het paste ook helemaal bij zijn leven, dat zo dicht bij de natuur had gestaan.
Trouw

Gezin 1

Huwelijkspartner: Ank Bruggeman geb. 1930

Gezin 2

Huwelijkspartner: Pieternella Maria Lindeman geb. 21 Aug 1915
Huwelijk: 14 Dec 1938 Haarlemmermeer
Scheiding: xxxx