Kornelis Gouma

Geslacht: Man
Vader: Gabe Gouma
Moeder: Geertje Groen
Geboren: 15 Aug 1882 Spanga, Weststellingwerf
Overleden: 8 Jan 1926 Groningen
Aantekeningen: Kraak J 2007 Cornelis Gabes Gouma (1882-1926) - vegetariër, drankbestrijder en wandelvriend van Jan Mankes Belvédère Nieuwsbrief 2 2007 18-21
Zijn opleiding tot onderwijzer op een Nijmeegse kweekschool maakte hij echter niet af. Het contact met een propagandist voor het vegetarisme, D. de Clercq, die ook vertelde over de door Van Eeden in 1898 gestichte kolonie Walden in Bussum, zette Gouma op het spoor van het vegetarisch sanatorium monte verita in het Zwitserse Ascona, aan het Lago Maggiore. In 1903 arriveerde Gouma daar. Hij kwam terecht in een internationaal gezelschap van vrijdenkers. Zij hadden allerlei uiteenlopende opvattingen over maatschappij, individu, religie, theosofie, socialisme, anarchisme, pacifisme, vegetarisme, natuurliefde, naturisme, zonaanbidding, innerlijke bevrijding en man-vrouwverhouding. Gouma begon hier een dagboek bij te houden. Eind 1905 wandelde hij vanuit Ascona richting Genua. Zijn imposante verschijning van een uit de kluiten gewassen Jezusfiguur leidde overal tot veel bekijks. Na omzwervingen in Italie, Frankrijk en Spaans Baskenland verscheen hij bijna een jaar later weer in Ascona. Daar bleef hij tot de sluiting van het sanatorium in 1909 wonen en werken.
In Mankes' correspondentie met Pauwels dook Gouma pas voor het eerst in het voorjaar van 1912 op. Jan gaf zijn vriend de bijnaam 'de Stapper'. Samen met Gouma maakte hij op zondagmiddagen urenlange wandelingen in de omgeving van de Knijpe, Oranjewoud en Heerenveen. Vermoedelijk kende Jan deze vriend reeds geruime tijd voordat hij over hem aan Pauwels schreef. Je zou denken dat Gouma op de door hem bedachte wandelroutes Jan veel te vertellen had over wat hij in het buitenland en op de Berg van de Waarheid zoal had gehoord en gezien. Maar het was Jan die moest praten en praten, omdat Gouma net alleen een stapper maar ook een zwijger was. Volgens Annie, die dit verhaal van haar schoonmoeder had gehoord, kwam Jan na zulke zwerftochten doodmoe thuis. Kort na Jans dood in het voorjaar van 1920 schreef annie het volgende in een 'Beste Gouma'-brief: 'Met mijn herinneringen aan Jan in dien allereersten Knijpster tijd, zijt gij nauw verbonden. Nog zie ik u beiden op den berm van 't land zitten die zondagmiddag, toen ik met de fiets over het plankje liep en in mijn hart ó zoo verlegen was Jan daar te zien. en hoe glorieus toen we u kort daarna samen tegenkwamen in 't Meer en Jan voor 't eerst mij als "zijn meisje" voorstelde!'
Al voor zijn tijd in Ascona had Gouma stukjes geschreven voor de Vegetarische Bode. In het buitenland was hij daar voor verschillende bladen mee doorgegaan. Behalve vegetariër was Gouma geheelonthouder en anti-militarist. In de Knijpe was hij was hij enkele jaren secretaris en vervolgens voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Algemeene Nederlandsche Bond van Geheelonthouders. Hij schreef over allerhande zaken, inclusief over recent verschenen boeken over schilderkunst. Op die manier kwam hij in het bezit van allerlei uitgaven. Van diverse onderwerpen hield hij documentatie bij, die hij aan zijn vriend Jan Mankes liet zien. Maar ambities om vast werk te zoeken had hij niet. Vooral Annie had moeite met deze kant van Gouma's levensinstelling. Wat doet die man nou eigenlijk, had ze Jan eens gevraagd. Het antwoord was: 'Alleen maar zichzelf zijn: hartstochtelijk vegetariër, vage idealist, kunstliefhebber en verzamelaar van mooie reclameplaten.' Misschien nog wel meer dan reclameplaten. Zo stuurde hij Jan eens het boekje Ideale naaktheid toe. Dat was eind augustus 1917, toen Jan en Annie al in Eerbeek woonden. 'Weibliche Schönheit' is 'verbazend belangwekkend', had Jan teruggeschreven en hij bedankte Gouma hartelijk voor het geschenk, mede namens Annie. Vooral de foto's in het boekje vond Jan erg mooi. 'Nooit meer heb ik iemand ontmoet, die zo slecht bij zijn omgeving paste als die mooie, lange man in zijn lichte sportkleding, met zijn blanke handen, zijn zachte stem en zijn elastische gang', schreef Annie vele jaren later over Cornelis Gabes Gouma. In de Knijpe had ze indertijd Gouma voorgesteld om te gaan solliciteren naar de positie van bibliothecaris van de bibliotheek die men juist bezig was op te richten in Heerenveen. Gouma hoorde het zwijgend aan, maar ondernam niets in die richting. Voor Annie uit Holland is het uiteindelijk wel duidelijk wat Gouma háár heeft geleerd: 'Friese karakters zijn niet makkelijk te doorgronden, maar dwingen dikwijls eerbied af.' Wat Jan betreft, hij zal in zijn vriend, hoe ironisch hij ook over hem schreef aan Pauwels, toch vooral een gelijkstemde geest hebben gevonden: iemand met liefde voor de natuur, overtuigd dienstweigeraar, voorstander van gewetensvrijheid, zoeker naar een evenwicht tussen gemeenschap en individu en, niet in de laatste plaats, naar een rechtvaardiger wereld.
Uit: Woudsterweg: de Friese jaren van Jan Mankes (1909-1915)