Ida ter Haar

Geslacht: Vrouw
Vader: Bernard ter Haar
Moeder: Ida Liefrinck
Geboren: 27 Juni 1893 Sneek
Overleden: 6 Nov 1982 Amsterdam
Religie: Ned. Hervormd, geen
Beroep: pionierster van het kindertoneel en oprichtster van kindercircus Elleboog
Aantekeningen: Ida (Ied) ter Haar groeide op in een deftig-burgerlijk gezin, als tweede van vier kinderen. Het grootste deel van haar jeugd bracht ze door in Zwolle, waar haar vader rector van het gymnasium was. Als enige van de kinderen Ter Haar ging ze niet naar de universiteit, maar volgde ze een opleiding tot lerares huishoudkunde.
Jeugdwerk
Vanaf 1917 werkte Ida ter Haar in het Zuider Volkshuis in de arbeidersbuurt Vreewijk in Rotterdam, vooral met kinderen. Daar leerde ze in 1918 Jef Last kennen, die op dat moment nog Chinees studeerde in Leiden maar kort daarop ging varen. Ze vonden elkaar in hun verlangen om vrij van burgerlijke conventies en vanuit een ‘sociaal hart’ te leven. ‘Jef was toentertijd matroos, een zwerver. Ik was helemaal ingesteld op een leven, dat zich gedeeltelijk onafhankelijk van hem zou ontwikkelen’, zei Ida later. Ze trouwden in 1923, en Ida's verwachting kwam uit: Jef was vaak maanden of jaren weg en Ida moest meestal zelf voor het inkomen zorgen. Ze kregen drie dochters: Femke (1923), Anki (1925) en Mieke (1927). Het gezin woonde in Bennekom, Hilversum, Amsterdam en Rotterdam, waar Ida bij diverse jongerenprojecten werkzaam was. In 1930 werd Ida inspectrice bij het Amsterdams Speeltuin Verbond, waarbij ze de vrijwilligers in de speeltuinen en clubhuizen begeleidde. Vanaf dat jaar woonde het gezin weer in Amsterdam.
Ondertussen was het echtpaar politiek geradicaliseerd. Korte tijd waren Ida en Jef Last actief binnen de Revolutionair Socialistische Partij en het Nationaal Arbeids-Secretariaat van Henk Sneevliet. Ook raakten ze beiden steeds meer onder de indruk van het communistisch experiment in de Sovjet-Unie. Toen Jef in 1932 een aantal maanden in de Sovjet-Unie verbleef, zocht Ida hem daar op. Ze kwam er in aanraking met het pedagogische werk, bezocht speeltuinen en kinderkampen, maar vooral was ze onder de indruk van het vernieuwende Moskous Kindertheater van Natalia Sats (1903-1993). Het trof haar hoe de kinderen werden uitgedaagd om zelf stukken te helpen bedenken, mee te spelen en hun mening over de voorstellingen te formuleren. Ze beschreef het als een groot contrast met ‘de chaotische onbelangrijkheid van ons kindertoneel’, dat louter als amusement diende en juist ‘speculeert op de banaalste neigingen’ (Kommunisme, 1935).
In 1933 werd Ida Last-ter Haar ontslagen bij de Amsterdamse speeltuinvereniging nadat ze had deelgenomen aan een communistische demonstratie tegen een nazifilm-vertoning. Aan het einde van dat jaar begon ze haar eigen kindertoneelgroep naar Sovjet-voorbeeld, die tot de herfst van 1938 zou blijven bestaan. De groep bestond deels uit straatkinderen, maar vooral uit leden van de communistische jeugdbeweging, onder wie Karel van het Reve en haar eigen dochters. Via het toneelwerk wilde ze het zelfbewustzijn en initiatief van de kinderen stimuleren. Ze liet hen moppen tappen, kunstjes vertonen, improviseren op thema’s uit hun eigen leven, schreef op basis daarvan teksten en bouwde zo een repertoire op. Sommige toneelstukjes hadden een duidelijk communistisch karakter. Zo was er een revue die eindigde met ‘een machinedans, een arbeidslied waarin de jeugd vraagt ‘wij willen leren, wij willen werken’. Andere veel gespeelde stukken keerden zich tegen de oorlog of tegen bijgeloof en autoriteitsdenken. Ook circusacts, volksdans, zang en schimmenspel behoorden tot het repertoire. Na afloop was er vaak een discussie met de zaal, zoals ze ook in Moskou had meegemaakt.
Vrolijke Brigade
In 1935 verhuisde de groep, inmiddels de Vrolijke Brigade geheten, uit de Kinkerbuurt naar een zelf tot theater verbouwd pandje in de Jordaan. Ida Last verzamelde allerlei mensen om zich heen die haar bij de producties hielpen en de kinderen bijvoorbeeld zang- en goochelles gaven. De Vrolijke Brigade trad in hoofdzaak op voor de communistische beweging, waarvan Ida Last zelf geen lid was. In de zomer van 1935 trok de groep in een woonwagen door Nederland, de zomer daarop door Vlaanderen en in 1938 door Denemarken. Vanaf 1936 waren er ook een paar openbare voorstellingen in Amsterdam, waarbij de teksten van te voren aan de politie moesten worden voorgelegd. Toen Jef in maart 1938 brak met de CPN, kreeg Ida Last uiterst vijandige reacties te verduren en de Vrolijke Brigade verloor veel publiek en spelers; na de zomertournee door Denemarken werd de groep opgeheven.
Intussen had Jef Last begin jaren dertig aan Ida zijn homoseksualiteit bekend. Het paar besloot niettemin bij elkaar te blijven. Pas in 1938 gingen ze om pragmatische redenen uit elkaar. Jef Last was zijn Nederlanderschap kwijtgeraakt omdat hij had meegevochten in de Spaanse Burgeroorlog en die maatregel gold automatisch ook voor zijn echtgenote. Door te scheiden kreeg Ida haar Nederlanderschap terug. Eind 1938 ging Ida Last weer werken in het Zuider Volkshuis en verhuisde met de kinderen naar Rotterdam. In 1942 kreeg ze de leiding over het internaat van de internationale Quakerschool op landgoed Eerde bij Ommen, waar ze voor een klein groepje leraren en kinderen zorgde. Direct na de oorlog zette ze hier samen met Jef Last een opvang op voor uit Duitsland teruggekeerde gevangenen, onder wie hun dochter Femke, die wegens illegaal werk opgepakt was geweest. Op 9 mei 1946 hertrouwden ze. Ze keerden terug naar Amsterdam, waar Ida Last al snel weer jeugdactiviteiten begon te organiseren.
Circus Elleboog
Eind 1949 richtte Ida Last-ter Haar in dienst van het steunfonds Pro Juventute een clubhuis voor de Amsterdamse straatjeugd op, gevestigd in de Galerij van het twintig jaar eerder afgebrande Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein. Na korte tijd kwam hier Kindercircus Elleboog uit voort. Ida Last (‘Tante Ied’) ging op dezelfde manier te werk als bij de Vrolijke Brigade, uitgaand van de mogelijkheden, de eigen inbreng en het verantwoordelijkheidsbesef van de kinderen. Van een politieke boodschap was echter geen sprake meer: het ging puur om circustheater. Elleboog had vanaf het begin veel succes, in Nederland en daarbuiten, en bestaat nog steeds. In 1960 droeg Ida Last de leiding over aan John Pijnacker Hordijk. Het jaar daarvoor was ze benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.
In 1969 verhuisde Ida Last-ter Haar met haar echtgenoot naar het Rosa Spier huis in Laren. Na de dood van Jef – in 1972 – woonde ze in het Flevohuis in Amsterdam, waar ze op 6 november 1982 is overleden.
Archivalia
Rudi Wester te Amsterdam (biografe van Jef Last) heeft documenten, persoonlijke papieren en foto’s van het gezin Last en teksten van haar interviews met de dochters Femke en Ankie over het leven van hun ouders.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: toeg. ARCH00799, archief Jef Last, inv.nr. 4: brieven van Jef Last aan Ida uit augustus-oktober 1932 [over haar verblijf bij hem in de Sovjet-Unie]; inv.nr. 39: typoscript autobiografie Jef Last; krantenknipsels over verlies Nederlanderschap Ida Last.
Letterkundig Museum, Den Haag: Collectie Jef Last, inv.nr 1259-1260: typoscript autobiografie Jef Last; inv.nr. 6106: briefje van Ida aan fam. Van den Berg 15-10-1973.
Bibliotheek Theaterschool, Amsterdam: Notitieboekjes van Ida Last uit de jaren dertig (enkele toneelteksten van de Vrolijke Brigade zijn blijkens een mededeling van de Theaterschool verloren geraakt).
Publicaties
Ida ter Haar publiceerde altijd onder de naam Last of Last-ter Haar:
‘Moeder en kind in de Sowjet-Unie’, Rusland van Heden 1 (1933) no.1.
‘Het Moskouse kindertheater’, Kommunisme 1 (feb 1935) no.2, 28-29.
‘Toneelarbeid met kinderen’, AFTB-Bulletin 10/11 (zomer 1935) 2-3.
‘Kindertoneel’, Leven en Werken (juli 1936) 354-358.
‘De grote en de kleine boeman’, in: Russisch Vertelselboek (Amsterdam 1936) 41-44 [met G. Buruma-Kalsbeek en A.C. Wiersma-Risselada red.].
Een blij geluid. Een keuze uit het werk van Hermien van der Heide (Haarlem [1947]) [bevat een inleiding door Ida Last].
Jeugdleidercursus B, deel III: Toneelspelen met kinderen. Uitgave van het Hoofdbestuur der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (Amsterdam z.j. [1950]) [gestencild].
De avonturen van het aapje Pibo in Wonderland (Baarn z.j. [1950]).
Literatuur
Yvonne Laudy, ‘Als hij weg was ging ik gewoon mijn eigen gang’, De Telegraaf, 10-5-1968 [interview met Ida Last].
Paulien Mol en Clementine Ederveen, ‘Spelen met kinderen en het gaatje in de nek van de Jordanezen’, Speltribune 3 (1978) 4-7 [interview met Ida Last].
Nieko van de Pavert, ‘Alles wat kan dat mag. Het Amsterdamse kindertheater De Vrolijke Brigade (1933-1938)’, in: Kunst en Communistische beweging ‘20-’40 (Amsterdam 1983) 61-76.
Projektgroep ‘literatuursociologie’ I , Links Richten tussen partij en arbeidersstrijd. Materiaal voor een teorie over de verhouding tussen literatuur en arbeidersstrijd (Nijmegen 1975).
Helma Toxopeus-Dirks en Peter H. Toxopeus, Hoe een leek tot spel kwam. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de dramatische vorming in de regio Amsterdam tussen 1945-1980 met als voorspel de Twintiger en Dertiger Jaren. Deel 1 Voorspel, de twintiger en dertiger jaren (Alkmaar 1985).
Tussen werklicht en spotlight. Herinneringen van John Pijnacker Hordijk en anderen aan Elleboog (1949-1989) 40 jaar lang een speelplek voor jong en oud (Amsterdam 1989).
Ger Verrips, Denkbeelden uit een dubbelleven. Biografie Karel van het Reve (Amsterdam/Antwerpen 2004).
Karel van het Reve, ‘Femke’, in: Idem, Verzameld Werk 1 (Amsterdam 2008) 28-85 [over de familie Last en de Vrolijke Brigade, door Van het Reve opgeschreven in 1944].
Auteur: Willemien Schenkeveld
Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland
laatst gewijzigd: 17/11/2014

Gezin 1

Huwelijkspartner: Josephus Carel Franciscus Last geb. 2 MEI 1898 overl. 15 Feb 1972
Huwelijk: 9 MEI 1946 Amsterdam
Scheiding: 21 Apr 1938 Amsterdam