Jacobus Bes

Geslacht: Man
Vader: Jan Bes
Moeder: Johanna Maria Blaauboer
Geboren: 26 Dec 1850 Zaandam
Overleden: 24 Juli 1910 Haarlem
Religie: Doopsgezind
Beroep: boekhouder, procuratiehouder
Aantekeningen: Jacobus is de tweede zoon van de in 1855 te Amsterdam overleden Jan Bes. Samen met zijn broer Klaas en zus Wibina Alida werd hij opgenomen in het Doopsgezinde Weeshuis.
In 1853 is Jacobus één van de kinderen, die via het Doopsgezinde Weeshuis bij P. Kok gratis onderwijs genieten in lezen, schrijven en rekenen. Tijdens zijn verblijf in het weeshuis maakt hij ca. 1870 een krijttekening van Dirkje Smit (Tentoonstelling 300 jaar Nieuwe Huis, mei 1989 in het Molenmuseum te Koog aan de Zaan), zij is op 4.2.1862 in het weeshuis opgenomen wegens gevorderde leeftijd.
Op 18.1.1866 is bij de regenten van het weeshuis "binnengekomen eene missive van Ellerman te Utrecht over Klaas Bes (dit moet Jacobus zijn), namelijk om hem in zijne fabriek te plaatsen die plaatsing onvermijdelijk met kosten moeten gepaarde gaan, wordt besloten den aangelegenheid voor den Kerkeraad den 23 te brengen". Er wordt dan in de kerkenraad gemeld: "Eene allerminzaamste brief van den Heer B. Westerhoven van Meeteren te Utrecht aan den kerkeraad gericht op verzoek van den Heer Ellerman aan het adres van Ds Van Gilse, biedt ons de gelegenheid tot plaatsing van Jacobus Bes (ons weeskind) in zijn fabriek als leerling, daar Z.Ed. ontdekt heeft dat genoemde J.B. door zijne tentoongestelde voorwerpen in het Paleis voor Volksvlijt de algemene attentie heeft getrokken. Z.Ed. wijst echter op de vele bezwaren voor regenten zoals: 1) de dagelijksche zorg voor zijn persoon na de fabrieksuren, 2) de bewaking van zijne zedelijken toestand, 3) de kosten van onderwijs en verpleging enz. De kerkeraad huiverig om eenen jongen van 14 à 15 jaren in eene Stad als Utrecht, na zijne bepaalde werkuren zonder toezigt geheel op eigen wieken te laten drijven besluit: om zijne toestemming niet eerder te geven dan na de verzekering te hebben bekomen: 1) dat J. Bes verpleegd wordt onder voortdurend toezicht van iemand die het vertrouwen waardig is, 2) dat hij voortdurend onderwijs geniet vooral in het teekenen, 3) dat de kosten van onderwijs en verpleging niet te groot zijn".
Op 29.11.1866 meldt de secretaris van het regentencollege van het Doopsgezind Weeshuis dat hij heeft ontvangen door de makelaar te Veltrup van B. Abbering te Ouderkerk aan de Amstel wegens 1/84 gedeelte van hetgeen door mevrouw Abbering voornoemd volgens testament is geërfd van Mej. F. Blaauwboer wed. J.H. Stöve gewoond hebbende te Alkmaar overleden 30.1.1866 ten behoeven van Jacobus Bes Dirkje Smit, getekend door Jacobus Sz., zijn broer en zuster ƒ 215,22 elk.
Op 7.5.1867 deelt de secretaris van de kerkenraad mee "dat Klaas Bes (dit moet weer Jacobus zijn) de school zullende verlaten gevraagd is geworden om te willen solliciteren naar eene betrekking op het kantoor van onze oud diaken P. Keg zonder direct het oor te sluiten voor het gedane verzoek gaf hij niet onduidelijk te kennen, dat hij liever als industriel in deze of geene richting zou willen geplaatst worden. De secretaris had daarom de vrijheid genomen om te trachten (na de teleurstellingen die de jongen eerst in Amsterdam en daarna te Utrecht had ondervonden) hem te plaatsen in de wereldberoemde fabrijk van J.M. van Kempen, Koninklijke Nederlandsche Fabriek van gouden en zilveren werken te Voorschoten, doch vergeefs, eene ingezonden missieve getuigt schriftelijk (wel direct niet dat hij ons weeskind niet wil plaatsen) doch in ieder geval zonder de minste prerogatieven. Hierop wordt besloten andermaal ons weeskind te wijzen op de betrekking bij de Heer P. Keg doch niet anders dan met zijnen eigen wil en zin".
Op 4.7.1867 wordt gemeld dat "voor het bedrag der erfenis toegekend aan ons drietal weeskinderen zie notulen 29 nov. is gekocht ƒ 100, - Ned. W schuld 3 st à 6% zie notulen en verdere behandeling in de kerkeraad.
Op diezelfde datum wordt tevens gemeld dat "ons weeskind Jacobus Bes" heeft verzocht "zich te bekwamen in de Fransche taal." Dit verzoek wordt toegestaan en er wordt besloten "de Heer Eikman over dit plan te spreken en in overleg te komen en bij gunstig advijs te decideren". Op 1.8.1867 doet regent C. Corver - Mats rapport " betrekkelijk het advijs van de Heer Eikman tot spoedige oefening in de fransche taal van ons weeskind Jacobus Bes. Na veel en lang gediscoureerd te hebben en daarbij andere moegelijkheden tot bekwaming als bijvoorbeeld de hoogere burgerschool en de voorbereidende school van de heer groeneveld in aanmerking genomen te hebben geeft de heer Eikman in bedenking of het niet goed zoude zijn om den belanghebbende die de eerste beginselen der fransche taal zich moet oefenen zich te verstaan met eener zijner hulponderwijzers. Z. Ed. had eene keuze uit twee personen eenen zeekere van der werff en eenen Gerideker. Aan de eerste zou hij de preferentie geven, die hij gewenscht kan aanbevelen als zeer vergevorderd in bedoelde taal. Op die wijze zou de jonge Bes over zijne eigene vrije kantooruren kunnen disponeren voor het onderwijs zijnen patroon niet incommoderen terwijl hij en regenten vrij blijven om die lessen te doen ophouden wanneer zij goedvinden de kosten kunnen later met den onderwijzer bepaald worden. De secretaris dankt voor het advijs en belooft later de opinie van de heren regenten mee te delen".
Op 25.2.1869 wordt gemeld dat door notaris Dozij is ontvangen ƒ 400, - aflossing van de hypotheek ten laste van Fred Huijsman te Koog a/d Zaan. Omdat broer Klaas heeft moeten loten en dienstplichtig is geworden besluiten de kinderen de regenten te verzoeken deze ƒ 400, - te besteden aan een remplaçant. Vader Molaan ondersteunt dit verzoek zeer en is zelfs bereid om de ontbrekende ƒ 100, - aan Klaas voor te schieten. Ondanks de mogelijke problemen besluiten de regenten toch in te stemmen met het verzoek.
Op 3.11.1870 wordt in de regentenvergadering een brief ter tafel gebracht van P. Keg als secretaris van het Weeshuis omtrent Jacob Bes, welke op het kantoor van de heer C. Dijserinck te Haarlem komende waarschijnlijk in het gesticht aldaar zoude kunnen komen om tijdelijk daar te verblijven totdat meerder salaris (dat hem is toegezegd) hem in staat stellen geheel in zijn onderhoud te voorzien. Een transcript van de brief aan de regenten van het Doopsgezind Weeshuis te Haarlem is bij gevoegd. Op de vergadering van 17.11.1870 is er bericht binnen van de regenten van het Weeshuis te Haarlem "dat Bes op de door ons voorgestelde voorwaarden in het gesticht aldaar tijdelijk geplaatst zal worden".
Op 12.11/18.11.1870 wordt Jacobus uit het bevolkingsregister naar Haarlem overgeschreven.
Op 9.11.1871 "is binnen gekomen eene missive van Regenten van het Oude Weeshuis te Haarlem omtrent Jacob Bes inhoudende dat deze den 14 november het gesticht zal verlaten daar zijne betrekking als boekhouder bij de Hr. Dijserinck aldaar hem in staat stelt voor zichzelven te zorgen genoemde Heren vragen daarop onze goedkeuring, welke zonder eenige aarzeling wordt verleend & de Secretaris opgedragen zulks kenbaar te maaken & schriftelijk onze dank betuigen voor de loijale & broederlijke wijze waarmede regenten van Haarlem ons in deze zaak hebben verpligt- de secretaris heeft hier dadelijk gevolg aan gegeven".
Klaas woont vervolgens in bij de schilder Kerrebijn in de Schagchelstraat Wijk 3 No. 733 en bij kleermaker Nolting aan de Ged. Oudegracht No. 63. Sinds 11.8.1873 woont hij daar Frankenstraat W3 No. 774 en daarna Hofstraat 2/781 K. Hij vertrekt op 10.3.1874 van Zaandam naar Haarlem.
Als Jacobus en Maritje Stoel trouwen is één van de getuigen Cornelis Jacobus Gonnet, hij is dan nog gemeenteambtenaar en zal later rijksarchivaris in Noord Holland worden.
Op 20.8.1878 komt er bij de kerkenraad van de Friesch Doopsgezinde gemeente te Zaandam een verzoek binnen van J. Bes uit Haarlem, vroeger verpleegde in ons weeshuis om zijn nichtje Trijntje Bes, thans nog door ons verpleegd, aan zijn zorgen te zien toe vertrouwd. In overleg met de kantonrechter wordt dit toegestaan op voorwaarde dat J. Bes zorg draagt voor de voogdij van het minderjarige meisje.
Op 10.10.1882 maakt Willem Molaan zijn testament. Naast anderen legateert hij aan Jacob ƒ 1000, -. Op 2.8.1884 verandert Willem Molaan zijn testament. Naast verschillende legaten worden Klaas, zijn echtgenote, of zijn kinderen en Jacobus, of zijn echtgenote, of zijn kinderen tot erfgenamen benoemd.
Op 29.10.1883 verhuist het gezin, met nicht Trijntje, naar Wilsonplein 9. Op 8.1.1885 wordt de secretaris van het Regentencollege van het Doopsgezind Weeshuis te Zaandam opgedragen om "met J. Bes te Haarlem te corresponderen omtrent het aanschaffen eener naaimachine".
Op 8.4.1905 vertrekken naar Velsen en wonen daar wijk H, huis No. 77a. Na het overlijden van Jacobus verhuist Maritje op 7.9.1911 weer naar Haarlem en woonde Ged. Raamgracht 77 zw. Als Maritje overlijdt woont ze Schoutjeslaan 88.

Gezin 1

Huwelijkspartner: Maritje Stoel geb. 8 Mrt 1848
Huwelijk: 30 Juli 1874 Haarlem