Johan Godart van Gendt

Geslacht: Man
Vader: Johan Godart van Gendt
Moeder: Henriëtta Margaretha Thierens
Geboren: 7 OKT 1833 Alkmaar
Overleden: 21 Dec 1880 Yokohama
Beroep: ingenieur
Aantekeningen: Hij was diegene der vier broeders, die den meesten aanleg voor wiskunde had. Hij bezocht te Amsterdam de lagere school en daarna de afdeeling nijverheid van de inrichting voor onderwijs in koophandel en nijverheid, waar hij o.a. de lessen in scheikunde van Dr. E.H. von Baumhauer volgde. Van Dr. F.J. Stamkart ontving hij lessen in de wiskunde. Hij was in dezen tijd een ijverig medewerker aan het genootschap ‘Een onvermoeide arbeid komt alles te boven’.
In 1853 werd hij tot technisch beambte bij den nederlandschen Rijnspoorweg benoemd en geplaatst te Utrecht. In 1855 verhuisde hij naar Rotterdam. In 1858 werd hij onder T.J. Stieltjes (II kol. 1370) werkzaam gesteld bij de koevorder kanaalmaatschappij, waar hij dienst deed bij het geheel in eigen beheer uitgevoerde kanaal van de Vecht naar Koevorden. In Dec. 1860 ging hij met Stieltjes naar Java, in dienst van de commissie voor de vervoermiddelen op dat eiland. Hij kwam daar in Febr. 1861 aan en werkte 2 ½ jaar samen met Stieltjes, die met ingang van 1 Aug. 1863 ontslagen werd. In 1864 werd de genoemde commissie ontbonden en daardoor ook aan van Gendt's arbeid te haren behoeve een eind gemaakt. Hij keerde toen naar Nederland terug. Dadelijk na zijn terugkomst werd hij weder bij den Rijnspoorweg in dienst gesteld. Hij deed eene opname voor den spoorweg 's Gravenhage - Gouda en ontwierp een stationsgebouw te Arnhem, dat later naar zijne plannen is uitgevoerd. In het laatst van 1865 werd hij onder J. Dirks (V, kol. 134) benoemd tot sectie-ingenieur bij den aanleg van het Noordzeekanaal. Hij leidde den bouw der schut- en uitwateringsluizen te Schellingwoude. Tijdens zijn dienst bij de kanaalmaatschappij bouwde hij steigers en goederenloodsen te Niewediep. Ook werd toen door hem na plaatselijk onderzoek een ontwerp gemaakt voor eene haven te St. Petersburg; de concessie daarvoor van het russische gouvernement werd verkregen, maar tot de uitvoering is het niet gekomen. Toen de werken te Schellingwoude in 1873 voltooid waren, bekwam van Gendt eervol ontslag bij de kanaalmaatschappij. In hetzelfde jaar werd hij onderdirecteur van Heineken's bierbrouwerij. Ook was hij betrokken bij de oprichting eener bierbrouwerij te Rotterdam. In 1877 onttrok hij zich aan deze voor hem vreemde werkzaamheden. Hij begon toen de uitgaaf eener verzameling technische handboeken, in het bijzonder op de praktijk ingericht, genaamd van Gendt's bibliotheek. Ook gaf hij technische adviezen, o.a. over tramwegaanleg in de provincie Utrecht. Van dezen tijd dagteekent eene brochure over het ontworpen kanaal door de geldersche vallei; hij stelt eenige wijzigingen in het door de hoofdingenieurs van den waterstaat ontworpen kanaal voor. In 1878 vertrok hij naar Japan ten einde voor de regeering van dat land het benedengedeelte van de Isjikari-rivier op het eiland Jeso voor groote schepen bevaarbaar te maken. Toen de uitvoering der door van Gendt ontworpen werken wegens geldgebrek werd uitgesteld, waardoor hij op een afgelegen eiland met slecht klimaat zonder arbeid was, werd hij ziek. Naar Yohohama vervoerd, overleed hij op niet hooger leeftijd ver van zijne kinderen.
Hij huwde te Haarlem 18 Jan. 1866 A.M. Joekes, geb. 14 Apr. 1838, overl. 6 Jan. 1877. Bij haar had hij een zoon, J.G. van Gendt, technisch adviseur te Nijmegen, en drie dochters.
Een levensschets van hem door C.J. van Doorn komt voor in den Opmerker van 12 Febr. 1881. Hij heeft geschreven of bewerkt: De behandeling en samenstelling der voornaamste timmerwerken, bewerkt naar die Schule des Zimmermanns van B. Harres (Gouda 1861); van Gendt en Brinkman's technische bibliotheek, (Amsterdam) 1871 tot 1874 (Brinkman was de uitgever), waarvan: I.H.P. Vogel, Grondbeginselen der schoone bouwkunst, II. Algemeene voorschriften van het departement van binnenlandsche zaken, III. J.J. Pas, Beplantingen van wegen; Elementaire theorie en berekening van ijzeren kapen brugconstructies, naar Aug. Rotter, bewerkt tezamen met G.J.W. de Jongh (Amst. 1873); De ontwerpen voor tos- en laadsteigers aan den Westerdokdijk (Amst. 1877); Aanteekeningen op het ontwerp van een kanaal door de Geldersche vallei, opgemaakt op uitnoodiging van het Amsterdamsche Rijnvaartcomité, 2 dln. (Utr. 1878); Bouwkalender voor 1873 en vlg. jaren (Amst.; sedert 1881 bewerkt door Th.G. Schill en D.H. Haverkamp); Bernoulli's vademecum, praktisch handboek voor berekeningen dagelijks voorkomende in de bouwen werktuigkunde (te zamen met G.J.W. de Jongh, bewerkt naar de duitsche uitgave, Amst. 1872; latere drukken hiervan zijn door de Jongh bewerkt). Een deel van dit vademecum was onder den titel De weerstand der bouwstoffen reeds afzonderlijk uitgegeven (Amst. 1871).
NNBW

Gezin 1

Huwelijkspartner: Adriana Maria Joekes geb. 14 Apr 1838 overl. 6 Jan 1877
Huwelijk: 18 Jan 1866 Haarlem
Kinderen:
  Henriëtte Margaretha van Gendt Male geb. 1 OKT 1871 overl. 28 OKT 1940
  Johan Godart van Gendt Male geb. 1868