Hendrik Gerrit Cannegieter

Geslacht: Man
Vader: Dominicus Cannegieter
Moeder: Trijntje Catharina Cúndagúnda Leesekamp
Geboren: 17 Sept 1880 Tzum
Overleden: 28 MRT 1966 Haarlem
Beroep: beroepen predikant
Aantekeningen: CANNEGIETER, HENDRIK GERRIT, * Tzum (Franekeradeel) 17 sept. 1880, Haarlem 28 mrt. 1966. Zn. van Dominicus Cannegieter, notaris, en Trijntje Catharina Cundagunda Leesekamp. Stud. theol. Gron. 1900. Herv. pred. Jelsum 1906, Lutjebroek 1911, Uitgeest 1914-1919 (eervol ontsl.). Hij huwde 1. in 1906 met Maria Kuipers (huwelijk door echtscheiding ontbonden 1920); 2. in 1921 met Gerarda Wynanda Kop.
C. ging theologie studeren om antwoord op de levensvragen te vinden. Van hem stamt de uitdrukking ,,het wondere ambt", maar het gemeenteleven viel hem zwaar. Onder schuilnaam schreef hij een paar boeken, waarin hij zijn verdriet met ironie en humor trachtte af te reageren. De hardheid van de kerkelijke strijd kon hij niet verdragen.
Eind 1910 kon C , die reeds om zijn welversneden pen bekendheid genoot, redacteurkerknieuws bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant worden; hij bleef dit tot 1955. Nadat hij uit het ambt was getreden, was hij van 1920-1921 vast redacteur van Eigen Haard, maar koos daarna de vrijheid. Hij trachtte in zijn onderhoud te voorzien met publiceren: wekelijkse bijdragen aan 30 a 40 landelijke bladen, boeken met nogal wat herinneringen aan de eigen jeugd en aan het voorgeslacht, toneelstukken, o.a. voor kinderen, essays over opvoedkundige en andere moderne vragen en toneel- en filmkritieken. In Morks Magazijn heeft C. van 1924-1940 ongeveer 250 karakterschetsen geschreven van Ned. en buitenlandse cultuurdragers. Voor Wereldoorlog II had hij als interviewer een goede naam. In zijn kerknieuws wilde hij objectief zijn, zonder zijn modernisme te verloochenen.
C , die de gevaren van communisme en nationaal-socialisme, van de zedenverwildering en het moderne verkeer scherp zag, trachtte de christelijk-zedelijke waarden mee te behouden. Voor 1940 nam hij deel aan het Comité van Waakzaamheid. Hij was voorzitter van de Vereniging van Voetgangers. Als Fries bleef hij zich te Haarlem sterk verbonden voelen aan ,,it heitelan", als amateurhistoricus zette hij de lijn van vader en grootvader, die beiden humor en sociale bewogenheid kenden, voort. In zijn studeerkamer "Franekeradeel" was hij omringd door schilderijen en foto's van mensen van goeden wil. Na 1945 werd C. langzaam maar zeker als "onmodern" aan de kant gezet. De ontwikkeling in de Herv. Kerk kon hij niet volgen. Na de oorlog sloot hij zich aan bij het Humanistisch Verbond; hij was daarin een actief lid. Ook maakte hij zich los van de Vereniging van Letterkundigen (1951) en van de PEN-club (1956). Er was echter geen wrok: ,,Ik ben niet veranderd, de omstandigheden zijn veranderd."
Geschr.: Georg Grünenwald Kzn. [pseud.), Van het wondere ambt, Amst. 1909. - Georg Grünenwald [pseud.], Spaanders, Amst. 1910. - Geen zedelijkheid zonder godsdienst. Buitenpost 1911; nieuwe dr., Buitenpost 1916 (Vrijzinnig-godsdienstige vlugschriften, 1/8). - Leiddraad voor lidmaten der Ned. Hem. Kerk (...), Leeuw. 1911. - Moeten wij nog bidden?, Baarn 1911 (Voor denkende menschen, 1/9). - Tweehonderd bruikbare kerkliederen voor vrijzinnig-hervormden (...), Leeuw. 1911; uitgave met muzieknoten Amst.-Haarlem 1912; 2e dr., 1935. - Godsdienst en beeldendienst, Baarn 1912 (Voor denkende menschen, II/9). - De man op den uitkijk. Over de levenstaak en de levensvoorwaarden van den hedendaagschen predikant. Buitenpost 1914. - Joris Groenenwoud Kzn. (pseud.], De tempel des hemels, Baarn 1914 (Redelijke godsdienst, I1I/7). - Geeft den duivel geen kans.' Een woord tot alle vredesvrienden, Drachten 1915. - Joris Groenenwoud Kzn. [pseud.], Oogenblikken. Een bundeltje proza en poëzie. Buitenpost 1916. - De Friesche beweging, Amst. 1917 (Handboekjes Elck 't beste). - Dorpsvrouwtjes, Arnhem 1920 (serie: Rijngoud). - Rusticus urbanus, Arnhem 1920. - W.R.L. Segwaert [pseud.]. De ideëele echtscheiding, Baarn 1924 (Levensvragen, XI/7). - Oud Israël's Schrift. Het Oude Testament naverteld, Dev. 1924. - Kind en mensch. Een bundelpaedagogische opstellen, Dev. 1924. - Lichtpunten. Een bundel bespiegelingen, Hillegom 1924. - Het volkstooneel, Baarn 1925 (Levensvragen, X l l / l ) . - Een nieuwe grondslag. De psychologie als uitgangspunt voor theologie en predikantsopleiding, Baarn 1925 (Levensvragen, XI1/4). - Feestdagen. Met krabbels van den schrijver. Huis ter Heide 1925 - Prille vrees en vreugd. Met krabbels van den schrijver. Huis ter Heide 1926. - Kennen wij onze kinderen, Dev. 1926. - Het levensraadsel. Leiden 1926. - Feestgangers, Huis ter Heide 1928. - Moderne jeugd. Na-oorlogsche bespiegelingen van een vooroorlogsch man, Baarn 1928. - Tusschen twaalf en twintig, Baarn 1928. - Achter den Afsluitdijk, Amst. 1929. - Als het leven lokt .... Oorspronkelijke roman, Amst. 1930. - Grootvader's glorie. Het verhaal van den Tiendaagschen veldtocht, Gron. 1930. - Wie was Jezus? Amst. 1930. - Helden in den dop. Nieuwe bijdrage betreffende onze moderne jeugd, Baarn 1931 (Studies over onze jeugd, III). - Hoe Pieter Merkman Parijs heeft ..gedaan". Santpoort 1931. - Midwintersproken, Assen 1932. - Moeders schaduw, Amst. 1932. - Het sexueele probleem in de opvoeding, Amst. 1934 (Sexueele hervorming, V). - John Dane [pseud.], Leer verliezen! Santpoort 1939 (Kristallen-serie, VIII). - Francois Bekius. De duivel-dominee uit de Friesche wouden. Santpoort 1941. - Dominicus Cannegieter 1842 - 23 oct. - 1942 voor zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen herdacht, Haarlem 1942. - M.S. Dretsma [pseud.], Hoe wenschen wij de school. Een stem uit de ouderwereld,
Almelo 1946. - De wereld voor vijftig jaar. Schetsen uit het kroningsjaar 1898, Amst. 1948. - De volontair, Enschede 1949. - ABC voor mens en samenleving, Utr. 1948. - Vier schoten vooreen vrouw, Amst. 1959. - Mijn varkens en mijn zoon. Hoorn [1962]. - Gokma-state, Hoorn [1964].
Aan de serie Vrijzinnig godsdienstige prediking droeg C. vier preken bij en aan de serie Blijde-wereld preekjes drie. Voorts publiceerde hij bijdragen in Morks' magazijn en schreef hij acht toneelstukken voor kinderen.
L i t . : De interviewer geïnterviewd: H.G.C. Dz. In: Het Volk, 13 sept. 1940. - Dominicus Cannegieter (...), Haarlem 1942. - Joost Cannegieter, H.G.C. 17sept. 1880 - 28 maart 1966, (Enschede 1980) (met portret).
J.J. Kalma
Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme
Deel 3, 1988

Gezin 1

Huwelijkspartner: Maria Kuipers geb. 12 Feb 1884
Huwelijk: 3 Jan 1906 Nijmegen
Scheiding: 21 Sept 1920 Haarlem

Gezin 2

Huwelijkspartner: Gerarda Wijnanda Kop geb. 21 Dec 1897 overl. 2 Jan 1984
Huwelijk: 7 Juli 1921 Haarlem
Kinderen:
  Anna Catharina Cannegieter Male geb. 14 MEI 1927 overl. 3 Dec 2010